Nieuwe eisen voor energiezuinig nieuwbouw huizen

  • 13 juni 2019
  • 10 reacties
  • 237 keer bekeken

Reputatie 4
Badge +6

Definitieve BENG-eisen van kracht per 1 juli 2020




Door Redactie Bouwwereld
Minister Ollongren heeft de definitieve BENG-eisen bekend gemaakt. De eerste – voor bouwbedrijven belangrijkste – BENG-eis is aangescherpt en wordt gedifferentieerd bepaald, waarbij voor een tussenwoning een gebouwgebonden energieverbruik van maximaal 55 kWh/m2 per jaar gaat gelden. Ook worden een maxima gesteld aan de temperatuursoverschrijding in de zomer en de snelheid van verse ventilatielucht om een comfortabel en gezond binnenklimaat te bereiken. Ingangsdatum: 1 juli 2020.
De in november gepubliceerde voorgenomen BENG-eisen leidden tot veel kritiek, want zouden geen vooruitgang betekenen ten opzichte van de huidige EPC-eis van 0,4. “De reacties vertonen een grote verscheidenheid”, schrijft Ollongren in de brief aan de Tweede Kamer. “Duidelijk is wel dat er een breed gedragen vraag is om de concept BENG 1 eis, de maximale energiebehoefte van een gebouw, voor de meeste gebouwfuncties aan te scherpen. Dat heb ik gedaan. Daarnaast is genoemd de optie om differentiatie bij BENG 1 voor grondgebonden woningen mogelijk te maken.”

BENG 1

De BENG 1 eis voor grondgebonden woningen wordt straks gedifferentieerd bepaald op basis van de geometrieverhouding. “De meest voorkomende tussenwoningen hebben een geometrieverhouding gelijk of kleiner dan 1,5. Voor deze woningen zal de BENG 1 eis gaan van 70 kWh/m2.jr naar 55 kWh/m2.jr. Verder leidt deze differentiatie tot een aanscherping van de eis voor de meeste woongebouwen, voor een deel van de hoekwoningen en twee-onder-een-kapwoningen en voor een beperkt deel van de vrijstaande woningen”, schrijft de minister.
In de internetconsultatie was verder aangegeven dat lichte bouwwijzen (zoals hout- en skeletbouwwoningen) onnodig worden benadeeld, terwijl op bouwmaterialenniveau de daarbij gebruikte materialen juist goed her te gebruiken zijn. Hieraan is tegemoetgekomen doordat de BENG 1 eis voor lichte bouwmaterialen wordt gecorrigeerd met 5 kWh/m².jr.

Gezond binnenklimaat

De minister ziet ook het belang van extra aandacht voor wooncomfort en een gezond binnenklimaat. In zeer goed geïsoleerde woningen is een gezond binnenklimaat in grote mate afhankelijk van de voorzieningen voor luchtverversing in gebouwen. Veel bewoners hebben de neiging om bij tocht de ventilatieopeningen af te sluiten, waardoor er een voor de gezondheid nadelige situatie kan ontstaan. Om dit te voorkomen is er een maximum gesteld aan luchtsnelheid van verse (koude) ventilatielucht in gebouwen, zodat er geen tochtoverlast wordt ervaren.

Oververhitting

Om oververhitting in de zomer tegen te gaan, is er in de berekeningsmethode NTA 8800 een parameter (TOjuli) opgenomen die het risico hierop inschat. Voor woningen die niet worden uitgerust met actieve koelsystemen, zal in de regelgeving een grenswaarde worden opgenomen aan het maximum van deze TOjuli.

1 juli 2020

Partijen hebben via de internetconsultatie aangegeven dat de inwerkingtreding de BENG-eisen minimaal zes maanden na het beschikbaar komen van de noodzakelijke uitgeteste rekensoftware zijn ingang moet vinden, op zijn vroegst per 1 juli 2020. Het is van belang dat de markt zich goed kan voorbereiden op deze nieuwe bouweisen, daarom is de inwerkingtreding zes maanden later.

BENG vervangt EPC

De nieuwe BENG eisen vervangen de EPC, de huidige eis voor nieuwbouw. De BENG eisen geven meer waarborgen dat een gebouw energiezuinig wordt ontworpen dan de EPC. Bij de EPC zou bijvoorbeeld een matige isolatie van de gebouwschil in een gebouw kunnen worden gezet, waarbij de EPC-eis kan worden gehaald door de energieverliezen te compenseren met zonnepanelen. De EPC-eis houdt namelijk geen rekening met het energieverlies van de woning door de gebouwnorm. Door de invoering van BENG-eisen kan dit niet meer, omdat BENG wel zelfstandige eisen stelt aan de schil van een gebouw en aan het aandeel hernieuwbare energie.

10 reacties

Reputatie 4
Badge +6
19 jun

Artikel

Het geluid van lucht/water-warmtepompen: ‘is de wetgever horende doof?’

Sector
Beleid ten aanzien van nieuwe thema’s wordt vaak (veel) te laat ontwikkeld, vindt Rudy Grevers, manager Woningbouw bij Alklima / Mitsubishi Electric. De discussie over het geluid van lucht/water-warmtepompen is daar een goed voorbeeld van: onder tijdsdruk dreigen verkeerde keuzes te worden gemaakt die volgens Grevers een belemmering zijn voor de voortgang van de energietransitie. In dit artikel gaat hij hier dieper op in en geeft hij een aantal suggesties.


“Ik werk bij een fabrikant van onder andere lucht/water-warmtepompen (en ben dus belanghebbende). Vaak is dit een argument om afzijdig te blijven bij dit soort thema’s, omdat het al snel wordt afgedaan als ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’. Door de dagelijkse praktijk waarin ik intensief ben betrokken bij woningbouwgerelateerde projecten, voel ik echter toch sterk de behoefte om inhoudelijk te reageren op het laatste ontwerpbesluit met wijzigingen van het Bouwbesluit 2012, dat Minister Ollongren op 22 mei 2019 naar de Tweede Kamer stuurde. Door als bedrijf de praktijk te kennen, heb je goed zicht op de aandachtspunten die een rol spelen. Daarnaast kun je vanuit je eigen vakgebied ook de zaken benoemen die onderbelicht blijven. Daarbij zal ik geen argumenten gebruiken die gericht zijn op ons fabricaat, maar puur onze mening formuleren over de ontwikkelingen tot op heden, de bezwaren die hierbij zijn te noemen, en de aanpassingen die zouden moeten worden overwogen.

Het probleem is zelden ‘een probleem’

Laten we eerst ‘het probleem’ in beeld brengen. Het geluid van het buitendeel van een lucht/water-warmtepomp wordt geproduceerd door twee onderdelen, namelijk de ventilator en de compressor. Beide variëren in toerental (en dus in geluidsproductie), afhankelijk van de buitencondities en de temperatuur in de woning. Daarnaast speelt ook de modus van het systeem (ruimteverwarming, koeling, of warm tapwater) een rol. Tot slot kan het systeem nog functioneren in een legionellabeschermingsprogramma of een ontdooicyclus. Bij al deze verschillende omstandigheden (buitencondities en modi) ontstaan andere geluidswaarden, en veelal zijn deze niet te simuleren. Bovendien kan een geluidstest die bijvoorbeeld in april wordt uitgevoerd een andere uitkomst opleveren dan dezelfde test in november.

Zelden problemen in de praktijk

Kort samengevat valt het functioneren van een lucht/water-warmtepomp als volgt te omschrijven: bij een koude dag zal het systeem opschakelen en bij een relatief warme dag (dat is al bij >5 graden) draait het systeem (laag) in deellast. Bij omstandigheden waarbij de bewoners of gebruikers veelvuldig buiten zijn draait het systeem dus maar beperkt (voor de productie van warm tapwater), en met een zeer laag geluidsniveau. Dit is precies de reden waarom wij in de praktijk maar zelden problemen ervaren op dit thema, en dit zal ook het geval zal zijn bij onze collega-A-merken.

Kennisinbreng als voorwaarde

De enorme groei die we de afgelopen tien jaar in de lucht/water-warmtepompmarkt hebben mogen meemaken, is hiervan het bewijs. Die was uiteraard nooit gerealiseerd als geluidsproblemen veelvuldig optreden. Voorwaarde hierbij is uiteraard dat er in het voortraject voldoende kennis is ingebracht voor de diverse aandachtspunten (zoals het installatieontwerp, de uitvoering, kwaliteit van het product, opstelling van het buitendeel, maar ook het juist informeren van eindgebruikers). De uitzending van Radar over het geluid van warmtepompen is exemplarisch voor een situatie waarin al deze punten niet zijn meegenomen.
[img]https://s3-eu-central-1.amazonaws.com/vakbladwarmtepompen.nl/app/uploads/2019/06/Rudy1.jpg[/img]
Rudy Grevers (links) tijdens het ‘Boat to All-Electric’-event van afgelopen jaar.

Grotere buitendelen?

Een fabrikant probeert bij de ontwikkeling van een warmtepomp altijd een evenwicht te vinden tussen energie-efficiëntie, compactheid en een zo laag mogelijk geluidsniveau binnen de betreffende maatvoering. En uiteraard speelt ook de prijsstelling een belangrijke rol. Tot op heden volgen de gerenommeerde merken de Europese richtlijnen (ErP), al moet hier aan worden toegevoegd dat deze eisen gedateerd zijn en in aanmerking komen voor een update waarin verscherping van de eisen een must is. Een ideaal moment dus om deze mogelijkheid te benutten en hierbij meteen een eenduidige Europese norm op te stellen. Er zal daarbij altijd oog moeten zijn voor enkele natuurkundige wetten, waardoor niet alleen geluid een focus is, maar bijvoorbeeld ook de energetische prestatie en de levensduur van de toegepaste componenten.

Drie mogelijkheden voor geluidsreductie

Een mogelijkheid is uiteraard het toepassen van omkastingen. In diverse gevallen zal dit een oplossing kunnen bieden. Het ontwerp en de maatvoeringen leveren echter (esthetische) discussies op en kunnen het rendement van de warmtepomp beïnvloeden, door de veroorzaakte weerstand. Het lijstje met andere mogelijkheden om geluidsreductie in een lucht/water-warmtepomp toe te passen, is overzichtelijk:
1) De wisselaar (verdamper) vergroten.
2) De diameter van de ventilator vergroten, zodat de ventilator met een lager toerental hetzelfde luchtvolume kan verplaatsen (waaruit de warmte kan worden onttrokken).
3) De compressor geluiddempend bekleden, door hem bijvoorbeeld in een afzonderlijk segment in het buitendeel te plaatsen.

Welke eisen onder welke omstandigheden?

Deze maatregelen maken duidelijk dat er ook esthetische gevolgen zijn als buitendelen worden ontwikkeld op ‘low noise’, aangezien ze simpelweg groter worden. Om hiernaartoe te kunnen rekenen/ontwikkelen moet eerst exact vaststaan welke eisen onder welke omstandigheden moeten worden behaald. Aansluitend zal een fabrikant door middel van productinnovatie doorontwikkelen om te voldoen aan de gestelde eisen. Het mag duidelijk zijn dat schaalgrootte daarbij enorm belangrijk is. Om die reden is het niet handig (lees: onhaalbaar!) dat Nederland een eigen richtlijn opstelt. Dit moet op Europees niveau worden georganiseerd, om voldoende schaalgrootte te realiseren.

Onduidelijkheid over ingangsdatum

In de voorlopige stukken staat beschreven dat “vanwege de samenhang met BENG de geluidseisen pas in werking treden als het Besluit houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012 in verband met bijna energie-neutrale nieuwbouw eveneens in werking treedt”. In andere documenten staat echter de datum van 1 januari 2020 als ingangsdatum genoemd, en hierdoor is er weinig duidelijkheid. Zeker als je nagaat dat ook de Eerste en Tweede Kamer nog een definitief oordeel moeten vellen.
Het is hierbij zeer opmerkelijk dat de BENG-eis wordt uitgesteld door het niet-beschikbaar zijn van de juiste rekentool, terwijl uitgebreide Research & Development van wereldwijde warmtepompfabrikanten wordt genegeerd door de geluidseisen juist wél op korte termijn te willen invoeren.

[img]https://s3-eu-central-1.amazonaws.com/vakbladwarmtepompen.nl/app/uploads/2019/06/alklimas.jpg[/img]Maatwerk per project leidt tot discussie

Bijkomend probleem is de toetsbaarheid van de eis. Geluid is een specifiek ‘vak’ en de huidige norm bij grondgebonden woningen is vastgesteld ‘op de erfgrens’. Een fabrikant kan hier niks mee, aangezien deze omstandigheid per project en zelfs per woning kan verschillen door omgevingsinvloeden (bijvoorbeeld door weerkaatsing bij een schuurtje). Hierdoor is er steeds sprake van maatwerk, wat discussies veroorzaakt waardoor zelfs binnen projecten met gelijksoortige woningen verschillen waarneembaar zullen zijn. Door dit maatwerk zal de kostprijs onnodig stijgen.

Simuleren en testen onder laboratoriumomstandigheden

Daarnaast is het de vraag onder welke omstandigheden eventuele metingen gaan plaatsvinden. De maximale vraag (geluid) wordt gecreëerd bij -10 graden buitentemperatuur, maar zoals iedereen weet is het dat maar zelden in Nederland. Hoe gaan we dit dan toch toetsen in de praktijk? Een fabrikant kan zich prima richten op een bepaalde geluidseis, maar dan wel bij een omstandigheid die onder laboratorium-omstandigheden is te simuleren en te testen. Bijvoorbeeld op 1 meter in vrijveldconditie, gemeten bij een bepaalde temperatuur.

Suggesties voor definitief beleid

Nu zou de conclusie kunnen zijn dat wij als marktpartij problemen voorzien bij het voldoen aan bepaalde eisen, of nog erger: dat we tegen iedere vorm van richtlijnen omtrent dit thema zijn. Het tegendeel is echter waar. Graag willen wij dat er duidelijkheid komt ten aanzien van dit thema, maar dan wel met de juiste uitgangspunten, de juiste kaders, en binnen een reële termijn. Naar onze mening moeten onderstaande zaken daarom meewegen in het formuleren van het definitieve beleid:
• De wetgeving moet bepaald worden op basis van Europees beleid (of minimaal aanhaken op reeds bestaand beleid van bijvoorbeeld Duitsland, zodat we geleidelijk tot een Europese invulling komen). Een maand geleden pleitte een groot deel van de Nederlandse politiek nog voor één Europa, en nu zouden we voor dit thema toch weer onze eigen regeltjes gaan opstellen.
• De geluidseisen moeten per dagdeel worden vastgesteld (dag, avond, nacht) vanuit de gedachte dat overdag meer achtergrondgeluid hoorbaar zal zijn en dat in dit dagdeel bijvoorbeeld de boiler geladen kan worden of een legionellaspoeling kan plaatsvinden. Hierbij kan worden meegewogen dat het technisch mogelijk is om capaciteitssturing toe te passen op basis van temperatuur en/of tijd. Afhankelijk van ingestelde waarden wordt het systeem dan voor bijvoorbeeld 50, 75 of 100 procent vrijgegeven.
• De gestelde eis moet vastgesteld worden onder genormaliseerde omstandigheden die meetbaar zijn in een laboratoriumtest. De eis ‘op de erfgrens’ zal talloze arbitragezaken tot gevolg hebben, omdat de omstandigheden telkens weer verschillen.
• Er zal duidelijk vastgesteld moeten worden hoe de eis op de erfgrens van toepassing is. Speelt deze eis ook bij een bovendakse opstelling (in een dakkap) of bijvoorbeeld op de berging achterin de tuin?
• Er zal duidelijk vastgesteld moeten worden in welke modus de eis van toepassing is (ruimteverwarming, koeling, warm tapwater, legionellaprogramma of ontdooicyclus) inclusief een buitentemperatuur waaronder het systeem actief is. Tevens kan er nagedacht worden over het toekennen van een ‘overschrijdingstijd’. Een bepaalde modus (warmtapwater-bereiding, legionellabestrijding en dergelijke) duurt bijvoorbeeld niet langer dan zestig minuten en kan geprogrammeerd worden in een dagsituatie. Wanneer deze overschrijding meegerekend mag worden, kunnen veel additionele maatregelen overbodig zijn.
• Zodra de eisen definitief bepaald en aangenomen zijn door de Eerste en Tweede kamer, moet er worden nagedacht over de invoeringsdatum. Bovenstaande maakt namelijk duidelijk dat specifieke productontwikkeling pas dan kan beginnen.

Betere, toetsbare eisen

De markt heeft dus zeker behoefte aan duidelijke wet- en regelgeving. Die wetgeving moet houvast bieden aan vragen en onduidelijkheden die er nu zijn. De huidige opzet creëert echter meer twijfels dan dat hij problemen oplost. Door nu de juiste argumenten in te brengen ontstaan betere, toetsbare eisen en voldoende schaalgrootte, waarmee we de volgende stap in de transitie kunnen zetten. Hopelijk wordt dit geluid gehoord en ontstaat er een evenwichtige discussie waarin ook de vakinhoudelijke kennis van de warmtepompmarkt wordt meegenomen.

Lees meer over geluid en warmtepompen:

• In de berichten vliegen verschillende termen voorbij, zoals geluidsvermogen, luchtdruk, dB, dB(A) en geluidsenergie. Maar wat betekenen ze eigenlijk?
• De voorgestelde wijziging van het Bouwbesluit omvat geluidseisen voor buitenunits.
• Het Institute of Technology (AIT) in Wenen doet onder programmanaam SilentAirHP onderzoek naar een ultrastil concept voor een lucht/water-warmtepomp.
• Volgens Onderzoeksbureau Sira Consulting brengt de invoering van geluidseisen maatschappelijke kosten met zich mee.
• Het consumentenprogramma Kassa nam vorig stelling met de uitspraak dat miljoenen Nederlanders last gaan krijgen van het geluid van warmtepompen.
• Een lucht-water warmtepomp maakt wat geluid, maar er zijn voldoende oplossingen voor, zo blijkt uit een rondvraag langs marktpartijen, naar aanleiding van uitspraken in het programma Kassa.
• Als je van tevoren goed nadenkt hoe en waar je een warmtepomp plaatst, hoeft geluid geen issue te zijn”, stelt Richard van der Lei, directeur Koelvisie in Drachten, in zijn gastcolumn.
Reputatie 4
Badge +6

Ons Bouwbesluit is crimineel

Vandaag om 15:30 uur
timer
3 min
[img]https://duurzaamgebouwd.lingacms.nl/upload/dg_8fd9sluf/images/news-medium/ons-bouwbesluit-is-crimineel_1_bvxdQQ.jpg?v=20190814164535[/img]
Het Bouwbesluit is crimineel en daarom wordt het hoog tijd dat het ouderwetse model flink op de schop gaat. We moeten de doelstelling van het Klimaatakkoord 2050 als uitgangspunt nemen. Zijn we hier serieus over? Dan moet het Bouwbesluit om.
Niet alleen dienen de eisen voor nieuwe woningen strenger te worden, maar moet het Bouwbesluit bij oplevering ook van toepassing blijven. Ja, ook de jaren ná de oplevering. Want je mag nu nog als koper je woning verbouwen, met als mogelijk gevolg dat de hoge kierdichtheid, hoogwaardige isolatie en duurzame energie-opwekking teniet worden gedaan door aanpassingen. Je mag toch ook niet je auto zomaar verbouwen en de filters weghalen? Waarom mag dit wel bij woningen?
[h4]Van duurzaam huis naar milieudelict[/h4]
Onze wetten en regelgeving dienen ons veiligheid te bieden. Zo moet het Bouwbesluit ervoor zorgen dat een constructie niet instort, bij brand nog even veilig is totdat bewoners kunnen wegkomen en bij een storm niet omwaait. Maar daarentegen mag een gebouw wel fijnstof uitstoten en daarmee levens verkorten. Ook mag het bijdragen aan de stijging van de zeespiegel. Zelfs een duurzaam huis mag zonder enige vergunning worden omgebouwd tot milieudelict.
Wist u bijvoorbeeld dat de huizen die vandaag de dag conform Bouwbesluit gebouwd worden nog steeds niet aan het klimaatakkoord van Parijs hoeven te voldoen? Ze zijn niet energieneutraal. Om dit als nog te bereiken stelt onze regering allerlei subsidies beschikbaar, om alsnog bestaande woningen en daarmee ook net opgeleverde nieuwbouw woningen energieneutraal te maken. Kortom: hetgeen we vandaag volgens de regelgeving toevoegen aan de gebouwde omgeving brengt ons verder weg van de doelstelling van Parijs. Dat lijkt mij niet de bedoeling.
[h4]Positieve impact[/h4]
Als we dan toch het Bouwbesluit op de schop nemen, laten we dan kijken hoe we positieve impact kunnen creëren. Want waarom moeten er alleen mitigerende maatregelen voor dieren genomen worden in de gebouwde omgeving als we bestaande gebouwen slopen, zoals bij hernieuwbouwplannen? Waarom treffen we alleen klimaatadaptieve maatregelen als daar specifiek om wordt gevraagd? Waarom is er geen Bouwbesluit voor de bestaande voorraad? In de gebouwde omgeving is zoveel positieve impact te creëren dat het bouwbesluit hier leidende rol in kan spelen in plaats van een bezemwagen.
[h4]Bouwbesluit op de schop[/h4]
Het Lente-akkoord heeft er sinds 2008 toe geleid dat 10 jaar later gasloos bouwen de norm en wet is geworden met een EPC van 0,4. Mijn oproep is dan ook om het Bouwbesluit drastisch te wijzigen en bewust op meerdere onderwerpen de standaard op te schroeven. Een inspiratie hiervoor is de 17 doelen van de Verenigde Naties. Voor de onderwerpen waar de eindoplossing nog niet bekend is, zou bij wijze van spreken een Zomer Akkoord 2019 getekend moeten worden, zoals bijvoorbeeld circulariteit. Dan komen we tot integrale duurzaamheid. Laten we stoppen met ons hoofd in het zand te steken en denken dat de huidige wet- en regelgeving ergens aan bijdraagt. Immers het Bouwbesluit faciliteert nog steeds woningen die per saldo tot meer CO2-uitstoot leiden. Op lange termijn zullen we dit ook zien als crimineel, net zoals het vervuilen van oppervlaktewater wat ook niet meer altijd mag. Ons Bouwbesluit is dan ook crimineel en dat moet en kan snel anders!
Reputatie 4
Badge +6
©️ Rijksoverheiks
27 augustus 2019

Regering wil wet aanpassen om zonnepanelen op daken burgers en bedrijven af te dwingen

Minister Wiebes meldt de Tweede Kamer dat het kabinet via een wijziging van het ‘Besluit bouwwerken leefomgeving’ gemeenten de mogelijkheid wil bieden om zonnepanelen op daken bij burgers en bedrijven af te dwingen.
Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat informeerde de Tweede Kamer deze week dat het kabinet met aangescherpt ruimtelijk beleid en het wegnemen van belemmeringen voor de versnelde toepassing van zon op daken gaat inzetten op het maximaal ontzien van natuur- en landbouwgronden. Ook het afdwingen van de plaatsing van zonnepanelen op daken van nieuwe woningen en bedrijfsgebouwen kadert in deze ambitie.
Bouwregelgeving
‘Op dit moment gelden beperkte mogelijkheden om toepassing van zon-pv op daken af te dwingen’, schrijft minister Wiebes in zijn brief aan de Tweede Kamer. ‘De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal daarvoor een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (red. Bbl, opvolger van het Bouwbesluit 2012 onder de Omgevingswet) in procedure brengen waarmee gemeenten conform de motie meer mogelijkheden krijgen om het duurzaam gebruik van daken na de lokale afweging ook richting burgers en bedrijven af te dwingen.’
Niet voor BENG-gebouwen
Het voornemen is volgens de minister om gemeenten in het Bbl de bevoegdheid te geven via een zogenoemde maatwerkregel in het omgevingsplan te eisen dat nieuwe gebouwen die niet al onder de voorgenomen BENG-eisen vallen, zoals onverwarmde industriehallen, hun dak moeten gebruiken voor duurzame opwek van energie of klimaatadaptatie. ‘De gemeente kan hierbij gebiedsgericht differentiëren. De reden dat deze mogelijkheid zich niet richt op nieuwe gebouwen die al onder de voorgenomen BENG-eisen vallen, is dat die BENG-eisen al verplichten tot een minimaal aandeel hernieuwbare energie.’
Elk dak als zonnedak
Ook voor bestaande gebouwen worden volgens Wiebes de mogelijkheden voor gemeenten in het Bbl verruimd om zon op daken te stimuleren. ‘Bij bestaande daken bestaat grotere noodzaak voor individueel maatwerk. Sodt benut ms zal duurzaam gebruik van een bestaand dak alleen haalbaar zijn als hier financiële mogelijkheden, zoals een subsidie, tegenover staan of wordt aangesloten bij een natuurlijk vervangingsmoment, zoals renovatie. Daarom is er voor de bestaande bouw gekozen voor zogenoemde maatwerkvoorschriften. Een dergelijk voorschrift landt in een maatwerkbesluit en moet altijd in het individuele geval door het bevoegd gezag gemotiveerd worden.’
Met het aanpassen van de bouwregelgeving creëert het kabinet volgens de minister nieuwe bevoegdheden voor gemeenten: ‘Het kabinet roept gemeenten ook op om hier actief gebruik van te maken zodat waar mogelijk elk dak wordt als zonnedak.’
Door Edwin van Gastel, Marco de Jonge Baas
Reputatie 4
Badge +6

Nederland koopt nog massaal gasgestookte cv-ketels

Geplaatst op 9 september 2019 =55]Ketels & HRE

Tekst: Mari van Lieshout | Foto: Getty Images
De verkoop van warmtepompen stijgt aanzienlijk. In 2018 was er een toename van 27 procent ten opzichte van 2017. Maar de hr-ketel blijft met overtuiging het meest gekozen verwarmingsapparaat. De verkoop van cv-ketels was vier keer zo hoog. Dit blijkt uit de Gasmonitor 2019, een jaarlijks onderzoek van Natuur & Milieu dat de verkoopcijfers van warmte-apparaten in kaart brengt.
"In de keuken heeft de omslag plaatsgevonden: Nederlanders kiezen voor elektrisch, aardgas is uit. De volgende stap is nu de verwarming. Wie nu kiest voor een hr-ketel, zit nog vijftien jaar aan het gas vast. Aardgasvrij wonen moet voor zoveel mogelijk mensen mogelijk worden gemaakt, daarom is het nodig dat mensen zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen van hun gemeente over het verduurzamingsplan voor hun wijk. Ook is het belangrijk dat er financiële steun blijft voor de aanschaf van duurzame apparaten", aldus Rob van Tilburg, directeur Programma’s Natuur & Milieu. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat gemeenten per 2021 duidelijk moeten hebben welke wijken wanneer van het aardgas af gaan.

Hollandse keuken is elektrisch

Elektrisch koken is Het Nieuwe Koken: in 2018 koos drie op de vier kopers (73%) voor een elektrische kookplaat. In 2017 ging dit nog om 58%. In 2016 lagen de verkoopcijfers van elektrische kookplaten voor het eerst hoger dan die van gaskookplaten. Tot de categorie ‘elektrische kookplaat’ behoort inductie, halogeen en de keramische kookplaat. Inductiekookplaten zijn het meest populair. Het merendeel van de aangeschafte elektrische kookplaten is bestemd voor bestaande woningen. Van alle elektrische kookplaten is inductie het meest zuinig met stroom. Bij het gebruik van groene stroom is koken op elektriciteit CO2-vrij.
Uiteindelijk moeten in 2050 alle woningen en gebouwen fossielvrij zijn. Natuur & Milieu monitort jaarlijks de voortgang van deze transitie naar aardgasvrije gebouwen. Het is belangrijk om goed zicht te hebben op deze ontwikkelingen, omdat energienetten tijdig moeten worden aangepast op de nieuwe energiebronnen.
Reputatie 4
Badge +6

Geslaagde proef met stroomopslag in batterij


Door Redactie Bouwwereld
Vorig jaar plaatsten woningcorporatie de Alliantie en iwell een batterij in een appartementengebouw in Amsterdam om zonnestroom in op te slaan. Het doel van deze proef was enerzijds de algemene ruimtes energieneutraal krijgen en anderzijds energiekosten verlagen. Zijn ze daarin geslaagd? “Zeker weten!”, zegt regiodirecteur Eddo Rats van de Alliantie trots.
De zonnepanelen hebben over het hele jaar genoeg stroom opgewekt voor de lift en galerijverlichting. “Algemene ruimtes energieneutraal maken met zonnepanelen doen we op meer plekken. Wat dit vernieuwend maakt, is dat door de batterij twee keer zoveel energie binnen het gebouw blijft. We gebruiken dus meer schone energie en minder fossiele brandstoffen van het elektriciteitsnet. Het afgelopen jaar hebben we in dit gebouw zo’n drieduizend kilogram CO2 minder uitgestoten. Daarmee kan één persoon 25 keer heen en weer vliegen naar Londen. Met deze batterij dragen we dus echt bij aan een duurzamere wereld”, licht Rats toe.

Kostenverlagend

De batterij van iwell slaat de opgewekte zonnestroom, die niet direct nodig is voor de algemene ruimtes, op. Pas wanneer hij leeg is, wordt stroom van de energieleverancier gebruikt. Als hij vol is, wordt de overtollige stroom teruggeleverd. Daarnaast verlaagt de batterij stroompieken, bijvoorbeeld wanneer de lift in beweging komt. Jan Willem de Jong, directeur van iwell is blij met de resultaten: “Omdat we veel minder te maken hebben met de netbeheerder en pieken beter kunnen opvangen, kan de netaansluiting van een 3x63A naar een 3x25A. Dat scheelt jaarlijks ruim € 1.500. Het afgelopen jaar is daarnaast € 1.200 bespaard op de energiekosten dankzij de nieuw aangebrachte LED-verlichting en zonnepanelen.”

Huren

Verduurzamen en besparen gaan met de batterij van iwell dus hand in hand. Wel werd Jan Willem de Jong gedurende het traject door de Alliantie voor een uitdaging gesteld. “Woningcorporaties willen graag verduurzamen, maar hoe verdienen zij hun investering terug als alleen de huurders profiteren van de lagere energiekosten? We hebben daarvoor een slimme oplossing gevonden.” Iwell biedt de batterij nu ook te huur aan: een vast bedrag per maand zonder investering vooraf. “Deze kosten kan de corporatie één op één doorberekenen in de servicekosten en omdat de besparing hoger is dan de kosten, gaat de energierekening van de huurders daarbij omlaag. Een win-win situatie voor iedereen.”
Reputatie 4
Badge +6

Minister Wiebes: transportindicatie SDE+ alleen geweigerd in officiële congestiegebieden

Minister Wiebes meldt aan de Tweede Kamer dat de netbeheerders een aanvraag voor transportindicatie alleen mogen weigeren in gebieden waar de ACM congestie heeft vastgesteld en congestiemanagement is onderzocht.
De minister schrijft in zijn brief aan de Tweede Kamer dat een aanvraag van een transportindicatie alleen geweigerd kan worden nadat de procedures conform artikel 24 lid 2 van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 9.5 lid 1, 2, 3, 5 en 6 van de Netcode Elektriciteit gevolgd is. 'Dit houdt in dat er een vooraankondiging van congestie bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) gedaan is en er een onderzoek is geweest naar alle mogelijkheden tot congestiemanagement. Ik vraag de netbeheerders ook om de uitkomsten van dit onderzoek aan de ACM te melden', aldus minister Wiebes in zijn Kamerbrief.
Netbeheerders bezig met onderzoek
De ACM houdt toezicht op de Elektriciteitswet. Indien een netbeheerder daadwerkelijk transport op grond van het artikel 24, lid 2 weigert, kan de ACM die weigering – bijvoorbeeld naar aanleiding van een klacht – onderzoeken. Voor de openstelling van de najaarsronde van de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+) betekent dit volgens Wiebes dus dat er alleen een negatieve transportindicatie wordt afgegeven indien het onderzoek naar congestiemanagement is afgerond, alle mogelijkheden zijn benut en er geen mogelijkheid tot transport is gedurende de termijn van de subsidie.
'Alleen in gebieden waar alle mogelijkheden zijn benut en er desondanks gedurende de termijn van de subsidie geen mogelijkheid tot transport zal zijn, zal de netbeheerder een negatieve transportindicatie afgeven', aldus de minister in zijn brief. 'Op deze wijze is geborgd dat de netbeheerders hier op een zorgvuldige en objectieve manier invulling aan zullen geven.'
Definitieve vormgeving in september
Momenteel zijn netbeheerders bezig met het in kaart brengen van mogelijke congestiegebieden. Voor diverse gebieden hebben de netbeheerders reeds vooraankondigingen bij de ACM gedaan. In deze gebieden zijn de netbeheerders, conform de wettelijke procedure, onderzoeken gestart naar de mogelijkheden tot congestiemanagement. 'Naar verwachting zal voor de opening van de najaarsronde een deel van deze onderzoeken formeel afgerond zijn en op de website van de betreffende netbeheerders gemeld zijn, zodat vooraf duidelijk is om welke gebieden het gaat en wat het actuele totale gecontracteerde en beschikbaar gestelde transportvermogen in het desbetreffende gebied is', aldus Wiebes.
De definitieve vormgeving van de najaarsronde SDE+ zal in september worden vastgelegd met een aanpassing van de algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en in de regeling aanwijzing categorieën. Deze regelingen worden in september gepubliceerd in de Staatscourant.
Meer congestie op komst
Minister Wiebes stelde vorige week in het Algemeen Overleg Klimaat en Energie van de Tweede Kamer al dat de transportindicatie wordt toegekend op basis van het principe ‘ja tenzij’. Net als tijdens dat overleg, refereert Wiebes in zijn brief over de transportindicatie aan het plan van aanpak met 6 maatregelen (red. het Klimaatakkoord bevat 6 structurele maatregelen en bovendien heeft Wiebes 6 extra kortetermijnoplossingen aangekondigd) die hij gaat nemen om de problemen met de netcapaciteit te lijf te gaan. 'Maar op korte termijn zal er in specifieke regio’s echter nog een schaarste in capaciteit blijven bestaan', aldus Wiebes in de Kamerbrief.
De minister verwacht dat er na afloop van de najaarsronde 2019 van de SDE+ meer gebieden bij zullen komen waar er geen capaciteit meer is op het elektriciteitsnet. 'Hierdoor zal waarschijnlijk in de volgende ronde van de SDE+ (red. per 1 januari omgedoopt in SDE++) voor meer gebieden geen positieve transportindicatie afgegeven kunnen worden.'
Uitputting SDE+-budget verwacht
Ook met een transportindicatie als voorwaarde om subsidie te kunnen krijgen, is het volgens minister Wiebes de verwachting dat er in de aanstaande najaarsronde voldoende projecten worden ingediend om het beschikbare subsidiebudget uit te putten. Hij benadrukt dat het verkrijgen van een transportindicatie niet automatisch betekent dat men een netaansluiting krijgt. 'Voor netbeheerders is het van belang dat de transportindicatie in de praktijk uitvoerbaar is en het voor alle partijen helder is dat de transportindicatie de formele procedure om te komen tot een transportaansluiting niet vervangt en dat de transportindicatie geen automatisme betekent voor transport.'
Maatregelen om realisatiegraad te verhogen
Minister Wiebes herhaalt in zijn brief dat hij met de verplichte transportindicatie wil voorkomen dat projecten subsidie krijgen die niet realiseerbaar zijn. 'Op die manier wordt voorkomen dat onnodig subsidiegeld wordt vastgehouden door projecten die uiteindelijk niet gerealiseerd gaan worden. Voor 2020 verken ik daarom aanvullende mogelijkheden om de regelgeving vanaf de openstellingsronde in 2020 aan te passen met als doel de realisatiegraad te verhogen.'
'Ook blijf ik met netbeheerders en marktpartijen in overleg over de vraag hoe de transportindicatie naast inbedding in de SDE+ ook in de elektriciteitsregelgeving een plaats zou moeten krijgen, bijvoorbeeld in de codes', besluit Wiebes. 'Daarbij vind ik het wenselijk dat geborgd wordt dat de ACM ook een inhoudelijke toets kan doen over het onderzoek naar congestie door de netbeheerder op het moment dat het onderzoek wordt ingediend bij de ACM. Ik bezie op welke wijze ik dit wettelijk kan verankeren.'
Door Edwin van Gastel, Marco de Jonge Baas
Reputatie 4
Badge +6
Bericht van de richting die de buren ( Belgen ) willen gaan . 9 september 2019

Vlaamse energieregulator VREG wil injectietarief voor eigenaren van zonnepanelen

De Vlaamse energieregulator VREG wil in 2022 een capaciteitstarief invoeren. Ook moet er een injectietarief voor eigenaren van zonnepanelen komen. Dat blijkt uit een voorstel waarover een openbare raadpleging start.
In het VREG-voorstel worden pieken in het netgebruik duurder. ‘We onderzoeken samen met onze belanghebbenden of de nettarieven elektriciteit hervormd kunnen worden’, schrijft VREG. ’De reden is het veranderende energielandschap. Nu worden de nettarieven voor gezinnen en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) berekend op basis van de afgenomen elektriciteit (kilowattuur, kWh). Omdat we steeds meer decentraal zelf produceren met zonnepanelen en het aandeel elektrische voertuigen en warmtepompen in de toekomst naar verwachting sterk zal toenemen (energietransitie), zal het elektriciteitsnet meer en anders gebruikt worden en zal het blootgesteld worden aan grotere (gelijktijdige) piekbelastingen. Om het distributienet voor iedereen betaalbaar te houden, moeten consumenten en prosumenten aangemoedigd worden om het net efficiënt te gebruiken. Dit willen we bereiken door in de toekomst een deel van de nettarieven aan te rekenen op basis van capaciteit.’
Tarief waarschijnlijk zeer laag
Brancheorganisatie ODE Vlaanderen (red. waartoe ook PV-Vlaanderen behoort) stelt de communicatie van de VREG te betreuren. ‘We vinden het jammer dat ze dit injectietarief lanceren zonder duidelijk te maken wat dit precies betekent voor zonnepaneeleigenaren. De verwachting is dat het tarief zeer laag zal zijn, maar het veroorzaakt opnieuw onzekerheid. Bovendien veroorzaakt het invoeden van stroom door kleine installaties bijzonder weinig problemen.
ODE gaat in de komende periode namens de Vlaamse zonne-energiesector voorstellen doen om de plannen van de VREG te verbeteren.
Nettarief
De nettarieven zijn de tarieven die Vlamingen betalen om energie tot bij hun huis, onderneming of organisatie te krijgen. Voor een gemiddeld gezin gaat de voorgestelde hervorming over 183 euro of 19 procent van de totale elektriciteitsfactuur (red. cijfers juni 2019). Voor een klein bedrijf gaat het over 2.875 euro of 26 procent van de elektriciteitsfactuur.
Gezinnen en kleine bedrijven betalen een nettarief dat vooral kilowattuur-gebaseerd is, dus op basis van de afgenomen elektriciteit. Dit betekent hoe meer kilowattuur afgenomen wordt, hoe hoger de factuur. VREG wil de nieuwe tariefstructuur voor gezinnen en kmo’s invoeren op 1 januari 2022.
Digitale meter
De VREG kan op dit moment nog niet aangeven wat de toekomstige impact van het capaciteitstarief op de elektriciteitsfactuur van een prosument (red. een consument met zonnepanelen) zal zijn. ‘Om dit aan te kunnen geven, moeten we een duidelijker zicht hebben op de kosten van de netbeheerders voor het jaar 2022 en moeten we bepalen hoe we deze kosten zullen verdelen’, aldus de VREG. ‘Zodra we inzicht hebben in de impact op de factuur zullen we de burgers hier zeker nog over informeren.
De digitale meter biedt op dit vlak volgens de VREG meer mogelijkheden dan de klassieke meter. Dit omdat de digitale meter, naast de afname en injectie, ook het piekvermogen kan registreren. ‘De data die hierdoor voorhanden zullen zijn, laten toe om de nettarieven op een toekomstbestendige, meer capaciteitsgebaseerde manier aan te rekenen. Met een digitale meter kunnen netgebruikers inzicht verwerven in hun capaciteitsgebruik, op basis daarvan hun gedrag bijsturen en zodoende hun netfactuur optimaliseren.’
Prosumententarief
Prosumenten met een terugdraaiende teller betalen vandaag het zogenaamde prosumententarief, een capaciteitstarief in functie van het maximaal AC-vermogen van de omvormer, uitgedrukt in euro per kilowatt. Als er een jaarlijkse netto-afname is, betalen zij hiervoor ook tarieven op basis van euro per kilowattuur.
De VREG stelt geen voorstander te zijn van het principe van de compensatie voor de nettarieven omdat dit de prosument niet aanzet om het elektriciteitsnet efficiënt te gebruiken door zoveel als mogelijk de elektriciteit te verbruiken op het moment dat de zonnepanelen deze elektriciteit opwekken. De invoering van een op capaciteit gebaseerd nettarief sluit aan bij dit standpunt. ‘We willen dat zowel consumenten als prosumenten prikkels krijgen om het net efficiënt te gebruiken. We willen prosumenten blijvend aanzetten om zoveel als mogelijk aan zelfconsumptie te doen. Dit doen we in de nieuwe tariefstructuur door nog een deel van de nettarieven aan te rekenen op basis van bruto-kilowattuur.’
Verschuiven van verbruik
Door hun zelfconsumptie te verhogen, beïnvloeden prosumenten volgens de VREG mogelijk ook hun capaciteitsgebruik in positieve zin: door het verschuiven van hun verbruik naar momenten waarop hun zonnepaneelinstallatie produceert, worden mogelijk ook hun hoogste afnamepieken afgevlakt. Dit kan een besparing opleveren op het op capaciteit gebaseerde deel van de netfactuur.

Reputatie 4
Badge +6

Staatssecretaris stuurt Tweede Kamer uitleg over btw op dakgeïntegreerde zonnepanelen

Staatssecretaris van Financiën Menno Snel heeft de Tweede Kamer de antwoorden toegestuurd op de meest gestelde vragen over de heffing van btw bij particulieren met zonnepanelen.
Waar het antwoord op de meeste vragen – zoals wanneer een consument de betaalde btw kan terugvragen – is vooral het antwoord op de vraag over btw op dakgeïntegreerde zonnepanelen (bipv) interessant, temeer omdat er nog enkele rechtszaken lopen over de rekenwijze die de Belastingdienst bij dit type zonnepanelen hanteert.
2 verschillende situaties
De staatssecretaris schetst in zijn antwoorden 2 situaties. De eerste situatie betreft een consument met zonnepanelen die niet tegelijkertijd als dakbedekking dienen (red. niet-geïntegreerde zonnepanelen). Deze zonnepanelen dienen alléén om stroom op te wekken en men kan dan het hele btw-bedrag dat in rekening is gebracht voor de aanschaf en installatie van de zonnepanelen in aftrek brengen.
In de tweede situatie dienen de zonnepanelen tegelijkertijd als dakbedekking. In dat geval mag men slechts een deel van de btw in aftrek brengen die voor de aanschaf en installatie van de zonnepanelen in rekening is gebracht. Men heeft in dit geval geen recht op aftrek van de btw voor het privégebruik. In de wet is volgens de staatssecretaris namelijk een aftrekbeperking opgenomen voor privégebruik voor uitgaven met betrekking tot onroerende zaken, zoals de woning waartoe de dakbedekking behoort. Daar staat tegenover dat men ook geen btw hoeft te voldoen over de zelf opgewekte en gebruikte stroom. Geïntegreerde zonnepanelen hebben naast de functie van het opwekken van stroom ook de functie van dakbedekking. Het gebruik voor die functie (red. dakbedekking) en het gebruik voor het opwekken van stroom die meteen privé wordt gebruikt, wordt voor de btw aangemerkt als privégebruik. Alleen de opgewekte stroom die men aan het energiebedrijf levert, geldt als gebruik voor belaste prestaties. De btw die drukt op de aanschaf en installatie mag voor dat deel als voorbelasting in aftrek worden gebracht.
Forfait
Voor beide situaties heeft de staatssecretaris rekenvoorbeelden opgesteld. De zogenaamde forfaitaire bedragen uit onderstaande tabel zijn daarvoor van belang; deze verschillen naargelang het opwekvermogen van de zonnepanelen. Deze bedragen zijn door het Rijk vastgesteld om de administratieve handelingen te vereenvoudigen. Als men gebruikmaakt van deze forfaits hoeft de consument namelijk geen btw in rekening te brengen aan het energiebedrijf.
Opwekvermogen in wattpiek
Forfait standaardzonnepanelen
Forfait dakgeïntegreerde zonnepanelen

0 – 1000 20 euro 5 euro
1001 – 2000 40 euro 10 euro
2001 – 3000 60 euro 20 euro
3001 – 4000 80 euro 30 euro
4001 – 5000 100 euro 40 euro
5001 – 6000 120 euro 50 euro
6001 – 7000 140 euro 60 euro
7001 – 8000 160 euro 70 euro
8001 – 9000 180 euro 80 euro
9001 – 10000 200 euro 90 euro

Voorbeeldberekening standaardzonnepanelen
De voorbeeldberekening voor de eerste situatie met zonnepanelen die niet in het dak geïntegreerd zijn, is als volgt: voor de aanschaf en installatie van de zonnepanelen heeft men een rekening ontvangen met daarop een btw-bedrag van 800 euro. Omdat de zonnepanelen niet geïntegreerd zijn, kan men het hele btw-bedrag als voorbelasting in aftrek brengen.
De zonnepanelen hebben een capaciteit van 2.800 kilowattpiek.
Voorbelasting:
800 euro
Minus verschuldigde btw:
60 euro
Terug te ontvangen:
740 euro
Voorbeeldberekening dakgeïntegreerde zonnepanelen
De voorbeeldberekening voor de tweede situatie met dakgeïntegreerde zonnepanelen is als volgt: voor de btw-aftrek hebben deze zonnepanelen naast de functie voor het opwekken van energie ook een functie als dakbedekking. Voor dit laatste gebruik heeft men geen recht op aftrek (privégebruik). Dit gebruik wordt gesteld op 50 procent. Dat wil zeggen dat de voorbelasting voor 50 procent wordt toegerekend aan de functie van stroomopwekking. Daarvan wordt vervolgens twee derde deel gebruikt voor met btw belaste prestaties. Er wordt door de Belastingdienst uitgegaan van twee derde omdat uit ervaringscijfers blijkt dat zonnepanelen gemiddeld genomen voor twee derde deel gebruikt worden voor het leveren van stroom aan het energiebedrijf en voor een derde deel voor direct privéverbruik van stroom. Dit heeft tot gevolg dat men bij elkaar genomen een derde deel (twee derde x 50 procent) van de btw die in rekening is gebracht voor de aanschaf en installatie als voorbelasting in aftrek kan brengen.
Voorbeeld: Voor de aanschaf en installatie van geïntegreerde zonnepanelen heeft men een rekening ontvangen met daarop een btw-bedrag van (bijvoorbeeld) 1.500 euro. De zonnepanelen zijn geïntegreerd, men kan daarom een derde van het btw-bedrag als voorbelasting in aftrek brengen. De zonnepanelen hebben een capaciteit van 2.800 wattpiek.
Een derde deel voorbelasting:
500 euro
Minus verschuldigde btw:
20 euro
Terug te ontvangen:
480 euro
Door Marco de Jonge Baas
Reputatie 4
Badge +6

Slimme led-dimmer met vertrouwde druk/draaiknop

Geplaatst op 12 september 2019 =5]Automatisering en domotica

Copyright: EcoBright
Het ziet eruit als een doodnormale druk/draaiknop, maar daarachter schuilt de wereld aan techniek. Waar vele Zigbee/Z-Wave dimmers nog een pulsschakelaar/drukdimmer hebben, is dit ‘s werelds eerste slimme led-dimmer met een druk/draaiknop.
Dankzij het Zigbee en Z-Wave protocol is de led-dimmer te koppelen met de meeste domotica/slimme systemen, zoals Fibaro, Philips Hue, Google Assistant, Amazon Alexa, Wink en Vera. Ook is het mogelijk om de slimme dimmer te bedienen via spraak in het Google Home of Amazon Alexa netwerk. Met al deze opties samen heb je met één dimmer superveel mogelijkheden voor het bedienen van je ledverlichting.

Geschikt voor 0-200W led

De slimme dimmer heeft een aansluitvermogen van 0-200W ledvermogen, hierop kan je dus een enkel 1W ledlampje aansluiten of een paar ledpanelen. Dat betekent niet dat hij ledverlichting altijd tot 0% kan dimmen. Het dimmen van lampen is namelijk ook afhankelijk van de kwaliteit van de dimbare driver van de lamp. Zorg dus altijd voor ook kwalitatieve ledverlichting, bijvoorbeeld van Osram (LedVance), Megaman, IKEA, Philips of EcoBright.

Zigbee & Z-Wave ondersteuning

De led-dimmer is te gebruiken met zowel het Zigbee als het Z-Wave protocol. Middels een schuifje op de dimmer kan je het gewenste protocol instellen op de dimmer. De updates hiervan gaan automatisch. Mocht je willen overstappen van Zigbee naar Z-Wave of andersom dan kan de dimmer eenvoudig gereset worden.
Met de MIN én MAX-afstelling kan je het lichtniveau zowel in het lage- als hoge lichtniveau afstellen. Hiermee haal je de beste dimbaarheid uit je ledlampen en zullen de lampen niet knipperen.

Soft start systeem en geruisloos dimmen

Ook beschikt de slimme led-dimmer over een soft start systeem. De laatst gebruikte dimstand wordt onthouden en gebruikt bij het opnieuw inschakelen van de lampen. Als je de lampen verder dan 10% omlaag dimt zullen deze bij het aanzetten wel op 10% van het vermogen weer aangaan, dit is om ervoor te zorgen dat alle aangesloten lampen genoeg vermogen krijgen om op te starten. Daarnaast kunnen dankzij de hoge kwaliteit alle lampen geruisloos gedimd worden.
De slimme led-dimmer wordt geleverd met afdekraam, dimmerknop en de benodigde hulpstukken voor het afdekmateriaal van Busch-Jaeger, Niko en JUNG. De slimme dimmer geschikt voor alle bekende merken afdekramen zoals Busch-Jaeger, PEHA, JUNG, Gira, Berker by Hager, Niko en Merten by Schneider etc. Zo kan je je eigen afdekmateriaal blijven gebruiken.
Reputatie 4
Badge +6

Vijf voordelen van ledverlichting

Geplaatst op 17 juni 2016 =46]LED

Foto: Shutterstock
Dat ledverlichting de verlichtingsbron van de toekomst is, is inmiddels wel duidelijk. Maar een kleine opfriscursus is nooit weg, toch? Installatieprofs.nl zette vijf voordelen van ledverlichting voor je op een rijtje.

Voordeel 1: Duurzaam en milieuvriendelijk

Ledverlichting wordt geprezen om haar energiezuinigheid en duurzaamheid. Een ledlamp zet 90 procent van de energie om in licht en slechts 10 procent in warmte. Vergelijk je dit met een gloeilamp, dan is dat net andersom. Hierdoor is een flinke vermindering van het elektriciteitsgebruik mogelijk, wat ook goed is voor het milieu. Ledlampen gaan dan ook veel mee dan andere vormen van verlichting, wat resulteert in een kleinere afvalberg.
Wat de afvalverwerking zelf betreft, levert led nog wel vervuiling op. Door gebruikte stoffen als fosfor en arsenicum moet ledverlichting daarom net als andere lampen bij speciale inzamelpunten of als Klein Chemisch Afval ingeleverd worden.

Voordeel 2: Financieel

Goede ledverlichting* is in aankoop gemiddeld vijf keer duurder dan andere verlichting. Toch is er financieel voordeel te behalen. Afhankelijk van het energieverbruik, kan de investering in drie tot acht jaar terugverdiend worden.
Enerzijds gaat ledverlichting veel langer mee. Er zijn led-lampen die tot wel 50.000 branduren meegaan. Vergelijk dat met een gloeilamp, met een gemiddelde brandduur van 1.000 uren, en je kan beginnen met rekenen. Anderzijds zijn de energiekosten een stuk lager. Door gloei- of halogeenlampen te vervangen door led, kan een enorme elektriciteitsbesparing gerealiseerd worden. Onderzoek van Milieu Centraal, waaruit blijkt dat er nog steeds 65 miljoen ouderwetse gloeilampen bij particulieren in gebruik zijn, toont aan dat hier nog een grote winst te boeken valt. Er kan 970 miljoen kWh per jaar bespaard worden als al deze gloeilampen door ledlampen vervangen zouden worden. Als een huishouden, met gemiddeld elf gloeilampen in gebruik, op led over zou gaan, bespaart men 30 euro per jaar op stroom, berekende Milieu Centraal.
Voor ondernemers is een overgang naar ledverlichting extra aantrekkelijk vanwege de Energie InvesteringsAftrek (EIA). Ook in 2016 kunnen ondernemers nog 58 procent van de investeringskosten in led-buisarmaturen en led-verlichtingssystemen aftrekken van hun fiscale winst, bovenop de gebruikelijke afschrijvingen. Voorwaarde is wel dat ze de EIA binnen drie maanden na de opdracht aanvragen.

Voordeel 3: Breed toepasbaar

Er zijn eigenlijk geen domeinen waar ledverlichting niet toepasbaar is. Led kan dienen als basisverlichting, noodverlichting, sfeer- en accentverlichting, podiumverlichting, reclameverlichting, buitenverlichting, sportveldverlichting, enzovoorts.
Particuliere huishoudens, ondernemers en bedrijven, winkeliers, horeca; allen hebben baat bij een omschakeling naar ledverlichting.

Voordeel 4: Gebruiksgemak

Ledverlichting heeft ook heel wat in z’n mars als het aankomt op de gebruiksvriendelijkheid. De verlichting is gemakkelijk te dimmen en kan regelmatig aan- en uitgeschakeld worden. Dat is handig in functie van de energiebesparing. Bovendien geeft een ledlamp meteen volop licht zonder eerst ‘op te warmen’. Waar ledlampen vroeger vooral een koud, wit licht gaven, zijn nu alle kleuren verkrijgbaar. Daarnaast zijn de gekleurde ledlampen ook zeer efficiënt. Leds zijn ook goed te richten en goed bestand tegen lage temperaturen, al moet je wel opletten met vocht. Kijk hiervoor altijd goed naar welke IP-classificatie er op de verpakking staat.
Dankzij de brede toepasbaarheid, het gebruiksgemak, het diverse kleuren- en tintenpallet en de dimbaarheid, is led-verlichting goed te combineren met slimme verlichting, die te bedienen is middels smartphone of tablet. Ze zijn ook uitermate geschikt voor zakelijk gebruik in slimme lichtmanagementsystemen; bedrijven kunnen hiermee 50 tot 70 procent besparen op hun kantoor- en magazijnverlichting.

Voordeel 5: Innovatief

De ontwikkelingen gaan razendsnel. Er zijn nog oneindig veel toepassingen voor led te bedenken. Primeurs die al op de Led Expo Benelux 2016 vakbeurs gepresenteerd werden zijn onder andere lantaarnpalen die de muziek afspelen van een mobiele telefoon en winkelverlichting die klantenwensen van smartphones kan uitlezen om vervolgens de gewenste producten aan te lichten.
Een vrij recente innovatie in de verlichtingswereld is ‘dynamische verlichting’. Dit type verlichting past zich qua kleur en intensiteit automatisch aan in de loop van de dag, zodat daglicht zo goed mogelijk nagebootst wordt. Met alle positieve gevolgen voor de gezondheid en werkritme van dien.

Reageer