Alle info, over hoe iets werkt, bij wat dan ook betreft energie opwekken

  • 27 september 2018
  • 51 reacties
  • 6920 keer bekeken

Reputatie 4
Badge +6
Dit moet de vergaarbak worden van het willen begrijpen hoe iets werk dat energie opwekt .
Ook en vooral nieuwe ontwikkelingen , zoals het onderstaande .

Een eenvoudige kaliumoplossing kan de efficiëntie van de volgende generatie zonnecellen verhogen door ze in staat te stellen meer zonlicht om te zetten in elektriciteit. Samen met een internationaal onderzoeksteam, onder leiding van Cambridge University, ontdekten onderzoekers van de Technische Universiteit Delft dat de toevoeging van kaliumjodide aan perovskietzonnecellen defecten in de kristalstructuur herstelde en ionenbeweging voorkwam. Dat zijn zaken die er tot nu voor zorgden dat de efficiëntie beperkt bleef. De nieuwe generatie zonnecellen kunnen worden gebruikt als rendementsverhogende laag bovenop bestaande zonnecellen op siliciumbasis, of kunnen worden verwerkt tot op zichzelf staande zonnecellen of gekleurde leds. De resultaten zijn gepubliceerd in Nature.
Voor een nieuw type zonnecellen zijn recentelijk metaalhalideperovskieten gebruikt; een veelbelovende groep van halfgeleider materialen. Deze cellen kunnen wat rendement betreft al na enkele jaren van ontwikkeling concurreren met traditionele fotovoltaïsche technologieën, zoals zonnecellen van multikristallijn silicium. Bovendien zijn perovskieten goedkoop en gemakkelijk te produceren bij lage temperaturen, waardoor ze aantrekkelijk zijn voor commerciële toepassingen. Zonnecellen op basis van perovskieten kunnen worden gebruikt als zelfstandige zonnecellen, als gekleurde leds of als een rendementsverhogende topcel (bovenliggende cel) in zogeheten tandem-zonnecellen.

Elektronen opvangen

Zonnecellen zijn alleen efficiënt als lichtabsorptie resulteert in de vorming van vrije elektronen, die voordat ze weer terugvallen in de grondtoestand moeten worden afgevoerd. Hoe efficiënter dit afvoerproces, des te groter het rendement van de omzetting van zonlicht in elektriciteit. Door fouten in het kristalrooster van perovskieten kunnen elektronen ‘vast komen te zitten’ voordat ze kunnen worden afgevoerd. Een ander probleem is dat negatief geladen ionen in de zonnecel kunnen gaan bewegen onder belichting. Dit ionentransport kan leiden tot een lokale verandering in de bandenkloof, waardoor het afvoerproces van elektronen stagneert en er minder stroom gegenereerd wordt.
Samen met een internationaal onderzoeksteam onder leiding van Cambridge University hebben onderzoekers van de TU Delft ontdekt dat toevoeging van kaliumjodide aan perovskieten de gebreken verwijdert en ionenbeweging verhindert, waardoor het rendement en stabiliteit van perovskietzonnecellen verbetert. “Tot nu toe zijn we er niet in geslaagd om deze materialen stabiel te maken met de bandenkloof die we nodig hebben, dus hebben we geprobeerd om de ionenbeweging te stoppen door de chemische samenstelling van de perovskietlagen aan te passen”, vertelt onderzoeksleider dr. Sam Stranks van het Cavendish Laboratory in Cambridge. “Hierdoor zouden perovskieten kunnen worden gebruikt als multifunctionele zonnecellen of als gekleurde leds; dat zijn in feite zonnecellen die omgekeerd werken.”

Schaalbaar en goedkoop

De onderzoekers veranderden de chemische samenstelling van de perovskietlagen door kaliumjodide toe te voegen aan de inkt die de perovskiet uitgangstoffen bevat. De techniek is schaalbaar en goedkoop. De onderzoekers hebben veelbelovende prestaties laten zien met perovskietzonnecellen die ideaal zijn om te combineren met een siliciumzonnecel of een perovskietzonnecel met een andere bandenkloof: dit vormt een zogenaamde tandemzonnecel. In tandemzonnecellen kan zonlicht efficiënter worden benut uit een breder deel van het zonnespectrum. “We constateerden dat het transport van vrije elektronen in de perovskietlaag verbeterde wanneer we kleine hoeveelheden kalium toevoegden”, zegt Eline Hutter van de TU Delft. “Hierdoor worden elektronen beter afgevoerd en dit verbetert het rendement van de zonnecellen.”
De perovskietcellen met kalium lieten in tests een goede stabiliteit zien. Het rendement van de omzetting van licht in elektriciteit was 21,5%, vergelijkbaar met de beste perovskietzonnecellen en niet veel minder dan het maximaal verkregen rendement van zonnecellen op basis van mono-kristallijn silicium (

51 reacties

Reputatie 4
Badge +6
Bericht uit Solar Magazine .

Nederlander schat terugverdientijd zonnepanelen veels te hoog in .
Meer dan de helft van de Nederlanders schat de terugverdientijd van zonnepanelen fors te hoog in. Dit blijkt uit het jaarlijkse energieonderzoek van EasySwitch. nl onder 1.015 Nederlandse huishoudens.
Ongeveer een derde van de ondervraagden denkt dat zonnepanelen duurder zijn dan 5.000 euro en maar liefst 12 procent verwacht een kostenplaatje van meer dan 10.000 euro voor een gemiddeld gezin. De werkelijke kosten zijn volgens EasySwitch.nl enkele duizenden euro’s.

Zoals ik al , zelf schreef . mijn 1/2 2013 , 4400 w/piek gaf 5400 . nu 2018 " 22230 kilowatt " Reken maar even verder ....
Koop een verwarmings-ketel stop daar energie in en maak je huis warm , Wat is daarvan je terugverdien tijd ????
Reputatie 4
Badge +8
Hoi G.F. Klaver,

Wat goed dat je deze topic bent begonnen!

Ik ben heel benieuwd naar het nieuws en de verhalen die hieruit voorkomen :)

Groet,
Tomer
Reputatie 4
Badge +6
Ik hoop dat door daags , meer dan twee uur , doorlezen van heel veel informatie deze topic een vergaarbak te maken , waar iedereen naar zijn behoefte iets kan vinden . Mijn kennis overdragen en voor een ander de zoektocht een stuk sneller maken is mijn doel . Zoveel mogelijk met herkomst en ook weer gecontroleerd door anderen . Onzin wordt er veel te veel in de info bak van internet gedeponeerd .
Maar zeker ook Miskopen te voorkomen van uit de markt , die nu gouden bergen ziet . Denk maar even aan de uitspraak " Nu een warmtepomp kopen !!! " van de Regering .
Reputatie 4
Badge +6


Door Redactie Bouwwereld
Voor de bepaling van de energieprestatie van een gebouw is de nieuwe rekenmethode NTA 8800 beschikbaar. De rekenmethode is van toepassing op zowel nieuwbouw, bestaande bouw, woningbouw als utiliteitsbouw. De methode vervangt een aantal bestaande methoden voor nieuwbouw en bestaande bouw, namelijk NEN 7120, Nader Voorschrift en ISSO 75.3. NTA 8800 volgt de Europese normen en vervangt de huidige EPC- en EI-indicatoren door de energiebehoefte per vierkante meter (kWh/m2).
De NTA bevat geen eisen aan de energieprestatie van gebouwen, maar is een bepalingsmethode waarmee wordt vastgesteld of aan de eisen wordt voldaan die worden opgenomen in wet- en regelgeving.

Europese richtlijn

Uit de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD) volgt dat bouwaanvragen voor nieuwbouw vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan de BENG-eisen. De nieuwe methode is onder andere nodig om aan de Europese richtlijn te voldoen. Er zijn op diverse punten vereenvoudigingen doorgevoerd ten opzichte van de Europese normen om beter aan te sluiten op de Nederlandse situatie.

BENG-indicatoren

De energieprestatie van gebouwen wordt volgens de BENG-eisen aan de hand van de volgende drie criteria getoetst:
  1. De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar.
  2. Het maximale primair fossiel energiegebruik in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar.
  3. Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.
De voorlopige BENG-eisen voor verschillende gebruiksfuncties zijn al enige tijd bekend. De voorlopige eisen voor woningen en woongebouwen zijn energiebehoefte ≤ 25 kWh/m2/jaar; primair fossiel energieverbruik ≤ 25 kWh/m2/jaar; aandeel hernieuwbare energie ≥ 50%. Deze nieuwe eisen zorgen ervoor dat het energiegebruik van een gebouw beperkt is en ten minste de helft van het energieverbruik afkomstig is uit hernieuwbare bronnen.
Dit jaar is onderzocht of de eisen op een kosten optimaal niveau liggen. De uitkomst van dit onderzoek, en daarmee de definitieve eisen worden 20 november bekend gemaakt tijdens het ‘Congres Energieprestatie 2.0: De nieuwe bepalingsmethode energieprestatie gebouwen’.
Verder lezen:
Nieuwe BENG-eisen vragen om integraal ontwerp
Ontwerpvrijheid nieuwe BENG-eisen
Waarom BENG gegarandeerde spouwmuurkwaliteit vereist
BENG vereist goede uitvoering van isolatie
Duurzame huis van de toekomst legt nadruk op de schil
BENG-eisen te veel gericht op CO2-besparing
Reputatie 4
Badge +6
Ik maak hier geen reclame voor deze beurs , hij is nu naar mijn zin erg naar de vakmensen gericht , maar toch . De eerste jaren waren nog meer een vind plek van veel mogelijkheden . Wil je op een dag uitzoeken wie , wat , waar . Je komt nog steeds voldaan thuis .



Vakbeurs Energie

Vakbeurs Energie is hét live B2B-platform gericht op duurzame energieopwekking en energiebesparing. Een platform boordevol innovaties, lezingen, live demonstraties en waardevolle contacten.
Naast Vakbeurs Energie is een specifiek platform ingericht voor de industriële energievoorziening: Industrial Heat & Power. Dé beurs voor professionals die de connecties, tools en know-how zoeken om direct mee aan de slag te gaan. Dit platform krijgt een eigen inhoudelijk programma op de beursvloer en uitgebreide mediacampagne. Op het gebied van duurzame mobiliteit en mobiliteitstoepassingen kunnen bezoekers terecht op de aangrenzen de vakbeurs Ecomobiel.
Reputatie 4
Badge +6
Zonder ClimateBooster geen warmtepomp
ClimateBooster B.V. - Overige verwarming

In de energietransitie naar een gasloze wereld staan veel installateurs voor de uitdaging ruim 7 miljoen woningen gasloos te maken. Met een ClimateBooster worden radiatoren en convectoren eenvoudig én goedkoop geschikt gemaakt voor gasloos verwarmen zoals met warmtepompen.

En hier dan Iets wat er mooi uit ziet maar regelrechte vraag om bij die BV , iets te kopen .
Ik zeg niet dat het niet werkt , maar niet zomaar kopen dus .
Reputatie 4
Badge +6
Uitgebreide info over wind turbines en hun mogelijke opbrengsten ,


Gebakken lucht rondom een windturbine

16/08/2014 Martin Bier Maatschappij, Natuurwetenschap
[img]http://www.skepsis.nl/blog/wp-content/uploads/UK-vlag.png[/img]
Eind mei 2014 is met veel omringende publiciteit de Liam F1 gelanceerd. Het gaat hier om een nieuwe windturbine. Het apparaat weegt 55 kilo en is anderhalve meter in doorsnede.[img]http://www.skepsis.nl/blog/wp-content/uploads/liamAfbeelding1.jpg[/img] Het zou in groten getale op daken en op lantaarnpalen geplaatst kunnen worden. Particulieren zouden er hun elektriciteitsrekening flink mee omlaag kunnen brengen. Echter, met vrij elementaire middelbareschoolnatuurkunde valt na te gaan dat veel van de claims overtrokken zijn.

De Liam F1 is het geesteskind van drs. Marinus Mieremet en zijn bedrijf The Archimedes BV. De constructies van Archimedes, en in het bijzonder natuurlijk de schroef van Archimedes en de archimedische spiraal vormden een belangrijke inspiratiebron voor Mieremet. Vandaar de naam van het bedrijf.

De Efficiëntie van een Windturbine

Nieuw en revolutionair zou vooral de vorm van de turbine zijn. In plaats van de gebruikelijke wieken hebben we hier te maken met een soort wokkelvormige schroef. Maar of je nu met wieken of met een schroef werkt, het principe blijft hetzelfde. Je remt de wind af en een deel van de bewegingsenergie van de wind wordt dan overgedragen aan de turbine. [img]http://www.skepsis.nl/blog/wp-content/uploads/liamAfbeelding2.png[/img]Zie de afbeelding rechts. De hoeveelheid wind die je invangt, is evenredig met de grootte van het oppervlak van de turbine dat loodrecht op de windrichting staat. Dat oppervlak noemen we A (in het plaatje staat D). Uiteraard is de windsnelheid v erg belangrijk. De hoeveelheid wind die er op je turbine terecht komt, is evenredig met v en de bewegingsenergie van de wind is evenredig met v2. Al met al is er de volgende formule voor het maximale vermogen Pmax, i.e. het maximaal aantal watt dat een windmolen kan leveren bij optimaal ontwerp:
Pmax = (1/2) (16/27) ρ A v3 .
Het symbool ρ (rho) staat hier voor de soortelijke massa van de lucht. Deze is 1,29 kg/m3 (kilogram per kubieke meter). De factor 16/27, i.e. 59%, is een consequentie van de zogenaamde Wet van Betz. Zonder die factor vertegenwoordigt de formule de totale hoeveelheid bewegingsenergie van de lucht die door een oppervlakte A dwars op de wind per tijdseenheid waait.
Voor rekendoeleinden kunnen we dus gebruiken:
Pmax = 0,38 A v3
waarbij A in vierkante meters, v in meters per seconde en de uitkomst in watt is.
Op de Engelse Wikipedia staat een nog betere afleiding en uitleg van deze wet. In grote lijnen komt het erop neer dat je de lucht niet helemaal stil kunt zetten nadat ze door je turbine is gegaan. Als de lucht stilstaat achter je turbine zou er namelijk geen nieuwe lucht door je turbine kunnen komen. Iets preciezer: je onttrekt bewegingsenergie aan de lucht, daardoor stroomt de lucht achter de turbine langzamer weg, daardoor wordt de lucht vóór de turbine al afgebogen en afgeremd. Betz maakte al ongeveer een eeuw geleden aannemelijk dat je een maximale efficiëntie krijgt als de lucht achter je turbine wegstroomt met een derde van de oorspronkelijke windsnelheid v.
De bovenstaande formule voor Pmax geeft een bovengrens. In een echte windturbine wordt dat ideaal nooit helemaal gehaald. De berekening van Betz geschiedde onder vereenvoudigende aannames, en moderne computational fluid dynamics (CFD) komt uit op nog een stuk minder. Goede moderne windmolens komen maximaal tot circa 80% van de Betz-limiet, in goede overeenstemming met de CFD-resultaten. Dit percentage is ook afhankelijk van de windsnelheid. Mieremet en The Archimedes vertellen ons dat ook hun apparaat op een efficiëntie van 80% zit. In wat volgt geven we de LIAM, Mieremet en The Archimedes al het voordeel van de twijfel. We veronderstellen dat er geen energieverlies is ten gevolge van wrijving van de draaiende onderdelen en of ten gevolge van warmteontwikkeling in de elektrische bedrading. Tachtig procent van Pmaxbeschouwen we als de opbrengst van de Liam F1.
Op de webpagina van The Archimedes staan veel vaagheden over ‘gulden snede’ en ‘natuurlijke vormen’. Maar hier vond ik op die site ook links naar artikelen met zinvollere zaken als getallen en grafieken. In een door Mieremet zelf geschreven artikel vinden we zowaar een grafiek met metingen van de efficiëntie bij verschillende windsnelheden. Hieruit zou blijken dat de Liam F1 onder de meest perfecte omstandigheden op 88% zit. Het zou hier gaan om resultaten van metingen in een windtunnel. Er is reden voor enige scepsis hier. Windtunnelmetingen zijn uiterst onbetrouwbaar als het gaat om windturbines. In de afbeelding rechts hierboven zagen we dat de lucht achter de turbine langzamer beweegt. Die cilinder van langzamer bewegende lucht heeft een grotere doorsnede (zeg B) dan het oppervlak A (in het plaatje hierboven met D aangegeven) van de windturbine. Immers de totale hoeveelheid lucht die per seconde door B gaat, moet gelijk zijn aan de totale hoeveelheid lucht die per seconde door A gaat. Aan de site van de Engelse Wikipedia-uitleg ontlenen we een iets preciezer plaatje (rechts)[img]http://www.skepsis.nl/blog/wp-content/uploads/Betz_tube.jpg[/img] van de luchtstroom nabij een windmolen. Twee stroomlijnen zijn getekend. Het oppervlak van de windmolen heet hier S. Betz leidde af dat de snelheid van de wind bij S het gemiddelde is van de snelheden v1 en v2. In dit plaatje is de windsnelheid achter de windmolen zelfs tot 25 percent van de oorspronkelijke snelheid gereduceerd, wat overigens nauwelijks wat uitmaakt (0,586 in plaats van 0,593) voor de ‘Betz-coëfficiënt’.
Het feit dat de luchtkolom achter de turbine uitdijt, is belangrijk voor de interpretatie van windtunnelproeven. Als de windtunnel waarin de metingen plaatsvinden te nauw is om plaats te bieden aan die uitwaaiering van de lucht achter de turbine, dan krijgen we een situatie die weinig lijkt op wat er met de turbine gebeurt in de open lucht. Het blaastoestel aan het begin van de tunnel perst dan lucht door de turbine die normaliter om de turbine heen zou gaan. Dat Mieremet en zijn collega’s in wezen dezelfde efficiëntiegrafiek vinden voor alle snelheden boven 7 m/s doet vermoeden dat hier iets dergelijks aan de hand is.

Opgewekt vermogen bij constante windsnelheid

Stel dat de wind continu met v= 4,5 m/s zou waaien. We vullen dat in in de bovenstaande formule. Het apparaat is 1,5 m in doorsnede. Dat betekent dat A = 1,77 m2. Met deze A vinden we Pmax = 61 watt voor de Betz-limiet. Omdat, zoals de fabrikant zelf schrijft, de Liam F1 op ongeveer 80% van de Betz-limiet opereert, blijft er uiteindelijk op z’n best 50 watt over. Vijftig watt is vrij weinig binnen de huishoudelijke consumptie. Een ouderwetse gloeilamp gebruikt 60 watt. Een magnetron, een stofzuiger en een wasmachine gebruiken elk 1000 watt of meer. Die staan maar af en toe aan, maar een koelkast en tv en een computer gebruiken ook stroom. Een gemiddeld Nederlands huishouden van 2,2 personen gebruikt gemiddeld 0,4 kilowatt (is 365 x 24 x 0,4 = 3500 kilowattuur in een jaar, dus ongeveer 10 kWh per dag). Overigens gebruikt een gemiddeld Amerikaans huishouden het drievoudige, onder meer door het overvloedig gebruik van airconditioners.

Opgewekt vermogen bij variabele windsnelheid

Er is een complicatie die de uitkomst beïnvloedt. De wind waait niet het hele jaar met precies 4,5 m/s. Ze varieert. Door de derde macht in de bovenstaande formule is het gemiddeld vermogen in de loop van een jaar niet gelijk aan het vermogen bij de gemiddelde windsnelheid.
De grafiek van de derdemachtsfunctie is ‘convex’ (de bolle kant wijst naar beneden) en dat wil zeggen dat het gemiddelde van derdemachten (bijvoorbeeld 14, het gemiddelde van 13 en 33) meer is dan de derde macht van het gemiddelde (8 = 23 in dit geval).
Wat we nodig hebben om de correctie voor de fluctuaties te doen, is een verdeling van de windsnelheid gedurende een jaar. Een speurtocht op het internet levert vrij snel resultaat op. Weerstations vergaren de betreffende data en sommige weerstations zetten ze op het internet (zie bijvoorbeeld hier). Op de website van het KNMI vond ik zowaar Windklimaat in Nederland, een boek van 250 pagina’s, geschreven door J. Wierenga en P.J. Rijkoort (Staatsuitgeverij, Den Haag, 1983). In De Bilt is de gemiddelde windsnelheid 3,5 m/s. De verdeling geeft aan hoe vaak elke windsnelheid voorkomt. De curve van Weibull komt goed met de data overeen, en er is zelfs een mooie formule voor het gemiddelde van een willekeurige macht (in vaktaal: de momenten). Op pagina 118 van het boek staat precies de grafiek die we nodig hebben. [img]http://www.skepsis.nl/blog/wp-content/uploads/liamAfbeelding3.png[/img]
Bij die verdeling is makkelijk de gemiddelde waarde van v3 over het jaar te berekenen, en de uitkomst nemen we dan als nieuwe v3in de bovenstaande formule. Die is ook eenvoudig te vergelijken met de derde macht van het gewone gemiddelde, zeg maar de ‘gewone v3’. Ik heb de betreffende berekening uitgevoerd voor verschillende windsnelheidsverdelingen van verschillende locaties. Op z’n best was die nieuwe v3 tweemaal zo groot als de ‘gewone v3’. Voor de Liam F1 bij een gemiddelde windsnelheid van 4,5 m/s komen we dan dus uit op een gemiddelde output van niet 50 watt maar 100 watt.
Op de Britse website Windpower program wordt het probleem van gemiddelde windsnelheid en gemiddeld opgewekt vermogen uitgebreid behandeld. De tweede grafiek op pagina 16 laat zien dat de in de vorige alinea afgeleide factor twee inderdaad een correcte schatting is voor gemiddelde windsnelheden boven de 4,5 m/s. Bij gemiddelde windsnelheden van 7 m/s en hoger is de factor wat ongunstiger.

Intermezzo over watt en kilowattuur

Wanneer het om energie en energiegebruik gaat, dan worden watt (W) en kilowattuur (kWh) vaak door elkaar gehaald. Niet alleen wemelen de persberichten over de Liam F1 van het wanbegrip. Op de webpagina van Archimedes staat: ‘Hij zal in Nederland bij een windsnelheid van 4,5 m/s gemiddeld tussen de 300 en 2500 kilowatt per jaar opwekken.’ Deze bewering is onzinnig behalve wanneer met kilowatt eigenlijk kilowattuur bedoeld wordt. Op enkele websites worden de misvattingen gewoon overgenomen en één site heeft het zelfs over ‘2500 kilowatt of energy per hour’.
Met watt gaat het om vermogen, de hoeveelheid energie die er per tijdseenheid wordt opgewekt of gebruikt. (Als het om geld gaat, duidt het woord vermogen een bepaalde hoeveelheid geld aan, terwijl het woord inkomen slaat op geld per tijdseenheid.) Een afstand van zeg 50 kilometer is iets totaal anders dan een snelheid van 50 kilometer per uur, al zal in de volksmond ‘met 50 kilometer’ waarschijnlijk op snelheid slaan. Het verschil tussen energie en energie per tijdseenheid is even essentieel. Een kilowattuur (kWh) is de totale hoeveelheid energie die een apparaat van 1 kilowatt gebruikt als het een uur aanstaat. Het is ook de energie afgeleverd door een apparaat (een generator of windmolen) met een vermogen van 100 watt dat 10 uur aanstaat. Wanneer je je elektriciteitsrekening krijgt, dan word je afgerekend op de hoeveelheid kWh die je hebt gebruikt. In Nederland kost een kilowattuur ongeveer 0,23 euro (daar zitten de niet geringe transportkosten van de elektriciteit al in en ook de extra investeringskosten om altijd exact dezelfde spanning en frequentie te kunnen leveren ongeacht de vraag). Het is niet moeilijk om nu bijvoorbeeld uit te rekenen hoeveel een gemiddeld huishouden voor elektriciteit betaalt. We zagen eerder dat een gemiddeld huishouden gemiddeld 3500 kWh in een jaar consumeert. Dat leidt tot een jaarrekening van 0,23 (euro per kWh) maal 3500 (kWh) = 805 euro, en dus een maandbedrag van 67 euro.
[img]http://www.skepsis.nl/blog/wp-content/uploads/Liam-windsterkte.jpg[/img]

De terugverdientijd van de Liam F1

Terug naar de Liam F1. Hierboven staat een windkaart van Nederland (uit De Klimaatatlas, 2004, Uitgeverij Elmar BV). In de strook die door Eelde, Leeuwarden en Rotterdam gaat, is de gemiddelde windsnelheid tussen de 4,5 en 5,0 m/s. We zagen eerder dat deze turbine gemiddeld 100 watt levert bij een gemiddelde windsnelheid van 4,5 m/s. Als hij het gehele jaar aan staat, komt dat neer op 880 kWh. Hiermee is de Liam F1 goed voor een besparing van 200 euro per jaar, gesteld dat men stroom die men zelf niet gebruikt (of oplsaat) voor verlichting, verwarming of apparaten voor 0,23 cent per kilowattuur ook weer kan terugleveren aan het elektriciteitsnet. De Liam F1 kost 3.999 euro. Dit betekent dus dat het twintig jaar duurt voordat de Liam F1 zichzelf terugverdient. Dat is niet meegerekend renteverliezen, bijvoorbeeld als je voor de aanschaf het geld van een spaarrekening moet halen.
Bij de schattingen van de geleverde kWh’s moet nogmaals worden aangetekend dat het om het maximaal haalbare gaat. Zoals reeds eerder gezegd geven we de Liam F1 bij elke veronderstelling het voordeel van de twijfel. [img]http://www.skepsis.nl/blog/wp-content/uploads/liamTabel.png[/img]Het is onmogelijk dat een Rotterdammer zijn Liam F1 binnen 20 jaar terugverdient. Maar het is goed mogelijk dat het langer dan 20 jaar zal duren.
Op Schiphol is de gemiddelde windsnelheid 5,17 m/s. Als we de berekening herhalen voor v = 5,17 m/s, dan zien we een jaaropbrengst van maximaal ongeveer 1300 kWh. Pas bij v = 6,4 m/s bereiken we de door de fabrikant gemelde 2500 kWh, i.e. 575 euro. Met de tabel hiernaast zien we dat het alleen in Hoek van Holland en in IJmuiden in principe mogelijk is dat de Liam F1 zichzelf binnen 7 jaar terugverdient.

Onjuistheden in de brochure

In de brochure van het bedrijf over de Liam F1 staan beweringen die aantoonbaar onwaar zijn.
Ik lees er bijvoorbeeld: ‘On average the LIAM F1 produces approximately 1433 to 1800 kWh annually (with an estimated average wind speed of 5.2 m/sec).’ Wie 5,2 m/s invult in de bovenstaande formule voor Pmax en het resultaat vermenigvuldigt met 0,8 (voor de efficiëntie), die komt uit op 76 watt. Bij vermenigvuldiging daarvan met twee (voor de fluctuaties van de windsnelheid) en vervolgens met 24 maal 365 (voor de jaaropbrengst) komen we uit op 1325 kWh. Dit maximum haalbare resultaat ligt zelfs wat onder de door de brochure gegeven ondergrens.
Volgens de grafiek linksonder op de eerste pagina van dezelfde brochure zou de Liam F1 bij een constante windsnelheid van 6 m/s een vermogen van 200 watt leveren. Dat is volstrekt onmogelijk! Met 6 m/s in de formule voor Pmax vinden we 145 watt voor de Betz-limiet. Daar kun je nooit bovenuit komen. Met de 80% efficiëntie komen we uit op 116 watt. Na wat zoeken kwam ik uit bij een posterpresentatie van een Koreaanse groep over de Liam F1. Volgens een grafiek aan de rechterkant van de poster (tweede kolom, tweede rij) is er bij 6 m/s een output van 120 watt. Dat is al iets realistischer. Echter, dit was een windtunnelresultaat en, zoals eerder gezegd, moeten dergelijke resultaten met een zeker voorbehoud bezien worden.

Kleine Stedelijke Windturbines vs. Grote Turbines

De Liam F1 wordt aangeprezen als een Urban Wind Turbine, een stedelijke windturbine dus. Maar ‘stedelijke windturbine’ is eigenlijk een nogal twijfelachtig concept. Windparken worden gebouwd op vlaktes of zelfs in zee. Dat is niet alleen om de bevolking van geluidsoverlast te vrijwaren. Op vlaktes heb je in het algemeen te maken met een vrij constante windsnelheid. Edoch, zo gauw als zo’n constante wind terecht komt tussen de gebouwen en bomen van de stad krijg je turbulentie. Wind wervelt dan omhoog en omlaag en gaat op een onvoorspelbare manier in vlagen en stoten alle kanten op. De gemiddelde windsnelheid gaat in aanwezigheid van al die obstakels ook nog eens flink omlaag. Een turbine tegen een gebouw aan als op de foto bovenaan is een heel slecht idee. Het gaat met de ‘kleine stedelijke windturbine’ trouwens niet om een nieuw idee. Het is zelfs al eens getest. Hier en hier en hier wordt de output van kleine stedelijke windturbines uitgebreid grafisch weergegeven en aan de hand van de getallen besproken.
Op de webpagina over de Market Launch lezen we dat er reeds 7000 stuks besteld zijn van de Liam F1. Dat komt overeen met 28 miljoen euro. De nu volgende kleine berekening toont aan dat 7000 Liams eigenlijk een onverstandige manier vormen om 28 miljoen euro in windenergie te investeren.
We zagen eerder dat één enkele Liam F1 wind invangt over een oppervlak van bijna 1,8 m2. Zevenduizend Liams zijn dus samen goed voor 12.600 m2. Hier vond ik dat een traditionele grote windturbine met een ashoogte van 100 meter en een wieklengte van 50 meter zo’n vier miljoen euro kost. Met 28 miljoen euro kun je dus zeven van die grote turbines kopen.
Met een straal van 50 meter zien we dat één zo’n grote windturbine een oppervlak beslaat van A = 7850 m2 (= 3,14 maal 50 maal 50). De zeven reuzenturbines hebben samen dus meer dan viermaal zoveel windinvangend oppervlak als de 7000 Liam F1’s. Bij gelijke efficiëntie en gelijke windsnelheid leveren de zeven reuzenturbines dus meer dan viermaal zoveel vermogen als 7000 Liam F1’s. Hierbij moet aangetekend worden dat die vier een onderschatting is. Op 100 meter hoogte is de windsnelheid in het algemeen wel 50% groter dan op de grond (zie bijvoorbeeld hier voor een vergelijking tussen de windsnelheden op de grond en die op 100 meter hoogte en ook hier). Als we dan uitgaan van een gemiddelde windsnelheid van 1,5v over de hele oppervlakte van de windturbine, krijgen we met de bovenstaande formule voor Pmax een vermogen dat 3,4 maal zo groot is. Die eerder genoemde factor vier wordt dan een factor van 4 maal 3,4. En dat is bijna veertien.

Conclusies

Er is eind mei en begin juni veel publiciteit geweest rondom de Liam F1. Zelfs The Washington Posten veel andere buitenlandse media berichtten erover.
Op de website van The Archimedes staat ‘Hij zal in Nederland bij een windsnelheid van 4,5 m/s gemiddeld tussen de 300 en 2500 kilowatt per jaar opwekken.’ Maar zowel De Telegraaf als de Groene Krant maken hiervan dat de Liam F1 bij 5 m/s gemiddeld 2500 kilowattuur per jaar (is omgerekend 285 watt) zal opwekken. (De Telegraaf spreekt over ‘2500 kilowatt uur [sic] energie’ en laat ‘per jaar’ weg, maar voegt er wel aan toe dat dit ongeveer de helft van de energiebehoefte is van een huishouden.) Iedereen kan v = 5 m/s invullen in de bovenstaande formule voor Pmax en tot de conclusie komen dat een turbine met een diameter van 1,5 m zelfs bij de Betz-limiet nooit meer dan 84 watt zal leveren. Maar de pers juicht en is blijkbaar bereid de feiten te verdraaien om nog harder te kunnen juichen. Er is in Nederland veel know-how op het gebied van windenergie. Het is erg jammer dat geen enkele verslaggever de moeite heeft genomen om uitvoerig met een echte expert te gaan praten. De Groene Krant beperkt zich tot de melding dat een hoogleraar windenergie een kritische opmerking tegen de NOS gemaakt heeft. Maar de kritiek bestaat uit verder niet onderbouwde twijfel aan het financiële rendement.
Ik begrijp dat een gedecentraliseerde energievoorziening iets nastrevenswaardigs is. Betrouwbare energievoorziening is de navelstreng van moderne, industriële westerse maatschappijen. Het is democratisch als zoiets essentieels uit de handen van industriebazen wordt gehaald en als een particulier zelf kan gaan investeren in het opwekken van z’n eigen groene energie. Maar zelfs als de claims voor de Liam F1 waar zijn, dan nog zijn in termen van euro per kWh de grote hoge turbines vooralsnog veel en veel goedkoper dan de producten van The Archimedes.
Om commercieel interessant te worden in vergelijking met de grote windturbines zou de prijs van de Liam F1 omlaag moeten tot ongeveer 800 euro met een standaardgarantie van minstens tien jaar. Verder dient een onafhankelijke instantie de Liam F1 te testen: de Liam F1 moet een jaar lang in de open lucht naast een windsnelheidsmeter staan en windsnelheid en opgewekt vermogen moeten continu geregistreerd worden. Pas als aan deze voorwaarden voldaan is, dan kan de Liam F1 serieus bediscussieerd worden.
De pers en de brochure grossieren in illusies en de kopers van de Liam F1 staat straks een onvermijdelijke ontgoocheling te wachten. Eigenlijk is dat jammer. De reputatie van windenergie in het algemeen kan zo schade oplopen en burgers kunnen hun vertrouwen verliezen in een ontwikkeling naar een meer gespreide opwekking van groene energie. Energievoorziening is een te serieuze zaak om er het verstand bij op nul te zetten.
Reputatie 4
Badge +6
20 procent meer opbrengst met een pv cel.


Hoe werkt het?
Hier is de volledige tekst van hun website:
DE SPIN CELL ™️ IS GEMAAKT VAN EEN CONISCH GEVORMDE BUITENSTE LENSCONCENTRATOR DIE ZORGT VOOR EEN EFFICIËNTE LICHTCONCENTRATIE BIJ EEN CONSISTENTE BRANDPUNTSAFSTAND EN BRANDPUNTBEREIK. VANWEGE DE CONISCHE VORM WAARVOOR PATENT IS AANGEVRAAGD, LEGT DE SPIN CELL ™️ BIJ ONTWERP DE OPTIMALE HOEVEELHEID ZONLICHT VAST TIJDENS UREN MET DAGLICHT, WAARDOOR DE NOODZAAK VOOR HET VOLGEN VAN DE ZON EN HET VERHOGEN VAN DE ELEKTRICITEITSPRODUCTIE WORDT GEËLIMINEERD.DE LENSCONCENTRATORS BESTAAN ​​UIT EEN REEKS IN ELKAAR GRIJPENDE RINGEN DIE MET ELKAAR VERBONDEN ZIJN. DE BUBBEL-LENZEN PRODUCEREN EEN AANZIENLIJKE CONCENTRATIE BESCHIKBAAR LICHT, DAT EFFECTIEF OVER DE BEWEGENDE PV BEWEEGT. DE LENZEN KUNNEN IN VERSCHILLENDE GROOTTES WORDEN GEPRODUCEERD OM AAN VERSCHILLENDE MARKTBEHOEFTEN TEGEMOET TE KOMEN, WAARDOOR DE KOSTEN VOOR DE ONTWIKKELING VAN SPIN CELLS ™️ MET VERSCHILLENDE VERMOGENSOUTPUT WORDEN GEREDUCEERD.EXTREME WARMTE, NORMAAL GEASSOCIEERD MET LICHTCONCENTRATIE OP STATISCH PV-MATERIAAL, WORDT VERMEDEN DOOR DE PV IN EN UIT DE GECONCENTREERDE LICHTBUNDELS TE LATEN CIRCULEREN DOOR DE DYNAMIC SPIN ™️.DE OMWENTELINGEN PER MINUUT ZIJN EXACT GETIMED EN WORDEN AUTOMATISCH AANGEPAST OM VOLDOENDE ZONLICHT OP TE NEMEN OM DE VERZADIGING VAN HET FOTOVOLTAÏSCHE SEGMENT BIJ DE PIEKDREMPELWAARDE TE ONDERSTEUNEN, EN OM DE WARMTE VAN DE PV TE VERLAGEN DOOR HEM IN EN UIT DIRECT ZONLICHT TE DRAAIEN. DE ZONNE-ENERGIE-INDUSTRIE WEET AL LANG DAT GECONCENTREERDE LENSVORMING DE ELEKTRICITEITSPRODUCTIE DRAMATISCH KAN VERHOGEN. OMDAT DE VERGROTING ECHTER CONTINU OP ÉÉN STATISCH PUNT WAS GERICHT, KON DE INTENSE HITTE GATEN IN STANDAARD PV VERBRANDEN OF ZULKE HOGE TEMPERATUREN GENEREREN DAT DE PV NIET MEER WERKT, EEN EFFECT DAT VERGELIJKBAAR IS MET HET VASTHOUDEN VAN UW HAND ONDER EEN VERGROOTGLAS. DE SPIN CELL ™️ GENIET VAN DE VOORDELEN VAN HET GECONCENTREERDE LICHT ZONDER DE DESTRUCTIEVE PROBLEMEN VAN DE INTENSE HITTE. HET PROBLEEM VAN STERKE WINDEN DIE INVLOED HEBBEN GEHAD OP PLATTE PANELEN WORDT BEPERKT DOOR DE GERINGE WINDWEERSTAND VAN DE CONISCHE VORM VAN DE SPIN CELL ™️. DIT IS EEN ANDER BELANGRIJK VOORDEEL TEN OPZICHTE VAN DE TRADITIONELE VLAKKE PV-PANELEN DIE STRUCTURELE VERSTEVIGINGEN VEREISEN OM TEGEN DE WIND TE BESCHERMEN. DE SPIN CELL ™️ ZAL BESTAANDE PV-MATERIALEN GEBRUIKEN, WAARDOOR DE PRIJS LAAG BLIJFT EN DE BESCHIKBAARHEID VAN BELANGRIJKE COMPONENTEN GEMAKKELIJK TOEGANKELIJK IS. BOVENDIEN WORDT VERWACHT DAT DE ACCEPTATIE VAN DE MARKT SNEL EN ENTHOUSIAST ZAL ZIJN, DOOR DE BESTAANDE PV-DISTRIBUTIEKETEN VAN EEN NIEUWE BRON VAN INKOMSTEN TE VOORZIEN.

20 keer de elektriciteit niet genoeg voor u? wat dacht je van een Power Tree, gemaakt met veel van deze kegelvormige zonnecellen die als een boom fungeren (en eruit zien)!

Reputatie 4
Badge +6
Hieronder een technisch overzicht van een warmte pomp , dit geval Nibe , Water / Water .
Dit kan ik goed vergelijken omdat deze vermogen afgifte goed past met de energie die ik gemiddeld met mijn huis nodig heb , uiteraard zoals de isolatie ruim voldoet , kosten aanschaf zo rond de 10 mille .

Productinfo
  • Afgegeven vermogen: 1,5 - 6 kW
  • Bijzonder hoog rendement (COP)
  • Optimaal jaarlijks rendement dankzij de inverter compressor
  • Toerengeregelde circulatiepompen waarborgen een optimale flow
  • De compressor past zich indien nodig aan de weersomstandigheden aan: minimale bedrijfskosten, geen kostbare piekbelasting bij koud weer
  • Hoog temperatuurbereik:
  • - Toevoertemperatuur: tot 65°C (70°C)
  • - Retourwatertemperatuur: tot 58°C
  • Instelbare temperaturen voor binnenklimaat, warmtapwater en ventilatie
  • Bediening van maximaal vier verwarmingssystemen
  • Ruime keuze aan accessoires voor onder meer zwembadverwarming
  • Geïntegreerde passieve koeling
  • Geïntegreerde internet-communicatiemodule voor beheer op afstand: NIBE Uplink™️
Reputatie 4
Badge +6

Meeste verwarmingsinstallaties gebruiken al gauw een kwart tot een derde minder energie

Geplaatst op 17 oktober 2018 =59]Overige verwarming

Tekst: Mari van Lieshout
Veel van de huidige verwarmingsinstallaties zijn niet of slecht ingeregeld. Er is sprake van slecht comfort en hoog verbruik die worden veroorzaakt door onbalans in de installatie. Hierdoor wordt meer warmte aangemaakt dan nodig is en wordt tegelijkertijd de warmte niet optimaal verdeeld over de afgiftesystemen. Tycho Sengers richt zich met zijn bedrijf energieXpert.nl op het waterzijdig inregelen van installaties in met name utiliteitsgebouwen. Als een van de weinige specialisten in Nederland maakt hij gebruik van de ultrasone flowmeter.
'Als we het over laaghangend fruit hebben, dan heet dat inregelen. Overal waar ik langs ben geweest bedraagt de energiebesparing minstens 25 procent. Eén klant, het bestuur van een basisschool die drie jaar eerder was opgeleverd, haalde zelfs 64 procent structurele besparing.'
Het in IJmuiden gevestigde bedrijf energieXpert.nl regelt installaties in met behulp van een ultrasone flowmeter. Het is een instrument dat op elke plaats in de installatie de hoeveelheid water die door het leidingsysteem stroomt inzichtelijk maakt. In de petrochemische industrie is het al vele jaren een veelgebruikte techniek. Omdat de ultrasoon meter een tamelijk kostbaar instrument betreft, is de inzet van de techniek voor cv-installaties nooit doorgebroken. Als het doorstroomvolume bekend is, kan aan de hand hiervan de juiste instelling per radiator worden bepaald. Bij de ultrasoon meting worden de liters per uur tot twee cijfers achter de komma gemeten. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de nauwkeurigheid alleen gegarandeerd is als de leiding minder dan tien procent zuurstof en minder dan tien procent verontreinig bevat. Maar afwijkingen van 20 tot 30 procent, zoals bij de temperatuurmethode, zijn uitgesloten, waardoor van twijfel of terugkomen voor nieuwe metingen geen sprake is.


Alles in kaart brengen

Sengers: 'Mijn eerste stap is het in kaart brengen van de installatie. Convectoren, radiatoren, lbk's, van alle afnemers wil ik de vermogens weten. Vervolgens ga ik aan het rekenen wat de flow zou moeten zijn om de beoogde prestaties te behalen. Daarna ga ik met de ultrasone flowmeter elke warmte-afnemer controleren. In de utiliteit zijn doorgaans wel STAD-inregelafsluiters op strangniveau aanwezig. Ik begin bij de instelling van de pompen. Ik weet op basis van het aantal afnemers en mijn berekeningen immers wat de maximale flow moet zijn. Vervolgens ga ik de waterhoeveelheid naar alle radiatoren, convectoren, vloerverwarmingsleidingen of luchtverwarmers afzonderlijk inregelen.'
Nadat alle warmte gelijkmatig over het gebouw is verdeeld, loopt energieXpert.nl de regelaars na op afzonderlijke waarden voor de aanwarm-periode, weersafhankelijke regeling, stooklijn, (jaar)klokprogramma, cascaderegelaar, nachtverlaging en grensverwarming/koeling. Waar nodig worden de instellingen aangepast.

'Meest efficiënte methode'

Sengers stelt dat waterzijdig inregelen met behulp van de ultrasoon flowmeter de meest efficiënte methode is. Er is volgens hem nog een enorme energiebesparing te realiseren in schoolgebouwen ('Daar scoor ik altijd'), maar ook in de meeste utiliteitsgebouwen valt er nog veel te winnen. 'Een basisschool hier in IJmuiden, gebruikte nadat we de installatie waterzijdig hadden ingeregeld, maar liefst 64 procent minder energie; een brandweerkazerne had nog maar de helft van de energie nodig. En dan heb ik het niet over oude gebouwen met een afgeschreven installatietechniek, nee, dat waren moderne gebouwen met moderne installaties maar waarbij het inregelen er helemaal bij ingeschoten was.'
Reputatie 4
Badge +6

Isolatie glas als verwarming


E-Glas: steeds vaker toegepast


Foto: Pixabay
Glasverwarming, verwarmd glas, IQ-glas, Thermo Heat Glass: what’s in a (merk)name? Voor de duidelijkheid houden we in dit artikel de term e-Glas aan. Het komt erop neer dat ruiten kunnen worden voorzien van een coating die elektriciteit omzet in warmte.
e-Glas werd ontwikkeld in Finland en is sinds de jaren negentig vooral in Scandinavië geïnstalleerd. Het e-Glas isoleert actief en zet elektrische stroom om in warmte. e-Glas bestaat uit twee (en soms drie) heldere lagen waarbij in de spouw verschillende onzichtbare metaalcoatings zijn verwerkt en een bepaald gas is ingespoten. De coating op de binnenkant van de binnenste ruit fungeert als elektrische weerstand en is het verwarmingselement dat de binnenste ruit tot zo’n 35⁰C verwarmt. De coating op de binnenkant van de buitenste ruit werkt als een reflector en zorgt ervoor dat de opgewekte warmte de woning in wordt gekaatst.

Toepassingen

Met name in hoge ruimten kan e-Glas een hoog rendement opleveren en voor een fikse energiebesparing zorgen. Het speciale glas is in verschillende maten en vormen te leveren. e-Glas kan dienen als hoofdverwarming: een gemiddelde woning heeft ongeveer 25-50 W/m3 (60- 120 W/m2) nodig. Dus 3 tot 6 vierkante meter glas dat 600 tot 1200 W/m2 produceert, telt als hoofdverwarmingsbron voor een ruimte van 30 vierkante meter. Voor de functie anticondensatie is een vermogen van 50 tot 150 W/m2 nodig. In Scandinavië wordt e-Glas vaak gekozen omdat het sneeuw kan verwijderen. Dan is een vermogen van 300 tot 600 W/m2 nodig. Daarnaast is het ook mogelijk om e-Glas te behandelen zodat het bijvoorbeeld zonregulerend wordt.

Prestaties

Lichttransmissie Tl
68 %
Lichtreflectie buiten RLe
15 %
Zonnewarmtedoorlating g
0.54
Thermische isolatie Ug
1,2 W/m2.K
Vermogen per m2
0 t/m 600 Watt
Bron: quantumglass.com

Voordelen

e-Glas heeft een aantal voordelen:
  • Prettige warmte (stralingswarmte)
  • Hoge isolerende waarde, vraagt relatief weinig energie
  • Minder gasverbruik
  • Geen condens op de ramen
  • Minder stofverplaatsing, fijn voor astmapatiënten
  • Geen radiatoren nodig, dat scheelt ruimte
  • Past in elk kozijn (vast, draaiend of schuivend, van hout, staal, aluminium of kunststof), houd wel rekening met ruimte voor de elektriciteitskabel (benodigde sponning: 22 mm).
  • De temperatuur is te regelen met een thermostaat.
Er zijn verschillende leveranciers maar nog niet heel veel elektrotechnisch installateurs zullen e-Glas in de praktijk al zijn tegengekomen. Dat heeft vooral met de prijs te maken: e-Glas is nu nog vrij prijzig. De verwachting is dat het product op grote schaal zal worden toegepast als de prijs gaat dalen. En dan is het mogelijk een interessant nieuw werkterrein!
Reputatie 4
Badge +6

Verwarming aanbrengen met een verfspuit


Tekst: Mari van Lieshout
'Elektrische verwarming gaat het winnen in onze gasloze toekomst. Een warmtepomp is in vergelijking met onze systemen gewoon erg duur.' Aan het woord is Hans Klopstra, directeur van Karbonik, een jong bedrijf dat innovatieve verwarmingssystemen op basis van carbon levert, zoals een ultradunne carbonfolie die wordt aangebracht onder de vloerbedekking en de Heat-Paint, een verwarmende verf.
Klopstra is zeer stellig: 'Onze producten stellen de gebruiker in staat om op zeer efficiënte wijze, met een rendement van meer dan 99,9 procent elektriciteit om te zetten in warmte. We tonen in de praktijk aan dat onze verwarming met minder dan de helft van de energie die conventionele systemen nodig hebben, een vergelijkbaar of hoger comfortniveau kan bieden.'
Klopstra heeft het dan onder meer over de extreem dunne verwarmingsfolie die zijn bedrijf levert. De door de 0,5 mm dunne folie zendt IR-straling uit en verwarmt vervolgens alle objecten in de ruimte. De folie kan worden toegepast onder parket, laminaat, tegels en tapijt. Het product ligt volgens Klopstra inmiddels bij zo'n kleine vijftig projecten in Nederland. Het toepassingsgebied is breed. Diverse appartementen, rijtjeshuizen, fabriekshallen, hotels en kantoren zijn inmiddels al van het product voorzien. Met name voor monumentale gebouwen, biedt de carbonverwarming een groot voordeel boven de watervoerende systemen omdat er weinig breekwerk nodig is.

Kantongerecht

Een aansprekende toepassing is te vinden in Den Helder waar de verwarming is toegepast in het gebouw waar vroeger het kantongerecht was gehuisvest. Het is een 200 jaar oud vrijstaand huis dat onder Monumentenzorg staat en slecht tot matig geïsoleerd is. Daarin huizen nu de architecten Brigitte Jacobs en Duco Kapitein. Het is niet te zien maar op de wanden is nog een opmerkelijk product van Karbonik aangebracht: Heat-Paint, een verf die warmte genereert. De verf op basis van carbon laat zich simpelweg aanbrengen met een verfspuit of roller. Net als bij de folie wordt warmte gegenereerd door stroom door de koolstoffilm te laten lopen. De geschilderde panelen warmen op tot zo’n 40 °C.


Ook in het kantoor van de Helderse architecten zit de verwarmende verf op de muur. De investering in de toepassing van de folie en Heat Paint, inclusief extra elektrapunten, is vergelijkbaar met de aanleg van een traditionele cv-installatie, bevestigen de architecten.
Op ongeveer 70 centimeter afstand van elkaar worden twee 50 micron dunne, zelfklevende koperstrips aangebracht waarna het hele vlak met Heat-Paint wordt overschilderd. Daarna kan de muur met een primer en een eindlaag worden afgewerkt. De koperen geleiders zijn met een connector aan een installatiedraad bevestigd. De connector en de draad worden weggewerkt achter een holle plint. De draden gaan naar een transformator, die vier vlakken van 1 m2 van stroom kan voorzien.

Zwakstroom

Elk vlak is goed voor zo'n 300 W. Klopstra: 'Dat oppervlak is meer dan genoeg voor de verwarming van een ruimte van 25 vierkante meter, een flinke kamer dus, ook bij zeer lage temperaturen. Alles werkt op zwakstroom, 22 volt, dus schokken kun je er niet van krijgen. Ook kan er gewoon een spijker in de muur geslagen worden.'
In Den Helder wordt het systeem in de in de praktijk gemonitord. Ze verwarmen 108 m2. In het stookseizoen gebruikten ze zo’n 350 tot 400 kWh per week, tussen de 250 en 300 euro per maand.
Reputatie 4
Badge +6

Woning duurzaam verwarmen met infraroodpanelen

Geplaatst op 26 augustus 2015 =63]Infrarood en straalkachels

Foto: Shutterstock
Wonen zonder gas is de toekomst. Over een aantal jaar worden woningen niet langer verwarmd met gas, maar door elektriciteit, opgewekt uit de zon. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een warmtepomp, zonnepanelen én infraroodpanelen.
Enkele pioniers zijn hun tijd ver vooruit en leven nu al volledig op elektriciteit. Een voorbeeld hiervan is de woning van familie Bijl in Rotterdam-Zuid. Een gasaansluiting is er niet aanwezig; de woning wordt daarentegen volledig duurzaam verwarmd met behulp van infraroodpanelen van het Schiedamse bedrijf ThermIQ. Daarnaast kookt het gezin op inductie en gebruiken ze voor warm water een doorstromer. Zonnepanelen staan nog op het verlanglijstje van de familie Bijl.

Warmte weerkaatsende verf

Terwijl er in het 5 verdiepingen tellende huis van 250 m2 altijd iemand thuis is én in de winter de verwarming ook ’s nachts aanstaat, komen de totale energiekosten slechts uit op 120 euro per maand. Op dit moment voert het gezin samen met ThermIQ een proef uit, waarbij ze hopen nog meer energiekosten te besparen. Alle ruimten in de woning worden van een speciale deklaag voorzien, die de warmte efficiënter moet verspreiden. Uit de pilot moet blijken of de warmtepanelen op deze manier met minder vermogen af kunnen per maand.

Net als de zon

Infrarood verwarmingspanelen hebben dezelfde verwarmende werking als de zon. De panelen worden aan het plafond bevestigd en wekken infraroodwarmte op met de zogenaamde semiconductor laag, die is aangebracht op de plaat van veiligheidsglas. Door deze laag exact de juiste samenstelling en dikte te geven, stralen zij de juiste dosis infrarood uit. Deze warmtestralen worden vervolgens door de ruimte verspreid en verwarmen direct de objecten en materie in die ruimte.

Voordelen warmtepanelen

Een van de grootste voordelen van infraroodpanelen is misschien wel dat het behoorlijk kan schelen op de energierekening. Daarnaast wordt bij stralingsruimte de hele ruimte onderdeel van het verwarmingssysteem: de muren, vloeren, meubels en zelfs de bewoners absorberen infrarood en stralen dit op hun beurt weer uit. Dit is een groot verschil met de centrale verwarming, die via het opwarmen van de lucht werkt.
Verder is de warmtebehoefte per paneel regelbaar, waardoor consumenten bijvoorbeeld kunnen kiezen voor een hogere temperatuur in de woonkamer en een lagere temperatuur in de slaapkamer. Radiatoren zijn niet meer nodig en dat bespaart ruimte; daarentegen komt er wel wat aan het plafond. Mochten klanten dat niet zo zien zitten, dan is het ook mogelijk om de panelen aan de muur te bevestigen.
Reputatie 4
Badge +6

Lange golf infrarood verwarming steeds populairder


Foto: Shutterstock
Infrarood verwarming is een natuurlijke en duurzame vorm van verwarmen, die geleidelijk aan steeds vaker als hoofd- of bijverwarming in woningen en bedrijven opduikt.
Infrarood is nog het meest gekend van de zon. Infraroodstralen vallen buiten het lichtspectrum van ons oog. De stralen worden omgezet in warmte zodra ze tegen een object of oppervlak weerkaatsen. Infrarood stralen worden onderverdeeld in korte golf IR A (760 – 1.400nm), midden golf IR B (1.400 – 3.000nm) en lange golf IR C (3.000 – 10.000nm). Alle varianten kunnen gebruikt worden om te verwarmen, maar hebben wel specifieke toepassingsgebieden (en gebruiksaanwijzingen). Korte golf infrarood vindt u bijvoorbeeld terug bij keramische of elektrische terrasverwarmers. Elektrische of gasdonkerstralers gebruiken midden golf infrarood voor het verwarmen van serres, hallen, sportcomplexen. Voor het efficiënt en langdurig verwarmen van ruimtes in woningen of kantoren zijn lange golf infrarood panelen geschikt.

Anders denken

Infrarood verwarming veronderstelt een andere manier van denken. Bij convectie wordt de lucht verwarmd om een aangenaam binnenklimaat te creëren. Traditionele kamerthermostaten meten de luchttemperatuur en regelen zo het gewenste klimaat. Infraroodverwarming is een directe vorm van verwarming: de stralen gaan door de lucht heen en verwarmen objecten en oppervlakten direct, die op hun beurt warmte weerkaatsen of absorberen, om het later weer geleidelijk aan af te geven. Omdat niet eerst de lucht verwarmd moet worden om een behaaglijk warm gevoel in een ruimte te creëren, is lange golf infrarood verwarming een efficiënte manier van verwarming die tot energiebesparing kan leiden.
Traditionele thermostaten zijn evenwel geen goede graadmeter meer. Er zijn speciale draadloze infrarood thermostaten, ISD’s (Intelligent Saving Devices), die de ruimtetemperatuur continu opmeten in combinatie met de temperatuur van het infraroodpaneel. Door het juiste evenwicht te vinden tussen de temperatuur van de ruimte en die van het paneel, kan een zo laag mogelijk energieverbruik gerealiseerd worden. Bij-verwarmen gebeurt dan met precies de energiehoeveelheid die vereist is. Een professionele instelling door een infrarood-specialist is daarbij absoluut noodzakelijk. Ook moet u afstappen van het idee van één centrale thermostaat voor de gehele woning, maar opteren om iedere ruimte afzonderlijk te verwarmen en te regelen. Ruimtes die niet gebruikt worden, worden niet meer onnodig verwarmd, wat tot energiebesparing kan leiden.

Belangrijke aandachtspunten

Deskundig advies is heel belangrijk wanneer mensenvoor de keuze staan om over te stappen op infrarood verwarming, zij het als hoofd- of als bijverwarming. Vooreerst wat betreft de keuze van een paneel. Het is namelijk belangrijk dat het paneel krachtig genoeg is om de ruimte snel en comfortabel op de ingestelde temperatuur te krijgen. Hou hierbij altijd rekening met 20% overcapaciteit. Komt een paneel kracht tekort, dan kan het zijn dat de ruimte onvoldoende warm wordt. Bovendien loopt het energieverbruik op, omdat het paneel bijna volcontinu zijn piekspanning verbruikt, wat resulteert in onnodig hoge energiekosten en een kortere levensduur van het paneel.

Locatie

Ook de locatie van het infrarood paneel (of panelen) in een ruimte, rekening houdend met de reikwijdte en stralingshoek, speelt een rol bij het bereiken van een gelijkmatige warmte. Het is bovendien belangrijk dat de infrarood verwarming nauwkeurig ingeregeld wordt. U moet hierbij rekening houden met de isolatiewaarde van de ruimte, de glasoppervlakte. Iedere situatie is weer anders en maatwerk is altijd vereist. Hoe beter de ruimte geïsoleerd is des te minder warmteverliezen er zijn en hoe beter het stroomverbruik zal meevallen.

Innovatief, duurzaam en gezond

Er zijn tegenwoordig verschillende manieren om een woning duurzaam te verwarmen en infrarood is daar zeker één van; zeker wanneer het wordt gekoppeld aan zonnepanelen. Nog een mogelijkheid om efficiënter met energie om te gaan, is om muren van warmte weerkaatsende verf te voorzien. Infraroodstralen zijn niet schadelijk voor onze gezondheid, eerder nog integendeel. Lange golf infraroodstralen kunnen fysiek herstel bevorderen door een betere bloedsomloop. Zo kan het zijn dat mensen die altijd last hadden van koude handen en voeten, daar met infrarood verwarming van verlost zijn. Omdat infrarood verwarming niet met luchtcirculatie gepaard gaat, is er weinig ronddwarrelend stof, wat weer positief kan zijn voor mensen met problemen aan hun luchtwegen.
Reputatie 4
Badge +6

Innovatief energiesysteem in nieuwe DaglichtKas


Door Redactie Bouwwereld
De eerste Energie-0-Kas in Nederland is opgeleverd. De DaglichtKas oogst op een actieve wijze zonne-energie die in buffers wordt opgeslagen. Dit bespaart 45 tot 50% energie ten opzichte van de meest moderne kassen die nu beschikbaar zijn.
Maurice Hartman, directeur van Technokas, droeg half september het eigendom van de zogeheten DaglichtKas over aan Eduard ter Laak, directeur en eigenaar van Ter Laak Orchids. Nadat in de zomer alle installaties waren afgerond en een periode van testen en in bedrijf stellen volgde, kon eind augustus de afronding van de Energie-0-Kas plaatsvinden. Naast het energiesysteem realiseerde Technokas ook 49.000 m2 aan kassen. In deze kassen kan Ter Laak Orchids in diverse afdelingen de juiste omstandigheden creëren voor teelt van Phalaenopsis. Met de oplevering van dit project is de DaglichtKas nu volledig gereed voor een brede marktintroductie.










Dubbel glas met fresnel-lenzen

De DaglichtKas, zoals Technokas dit nieuwe kastype noemt, is uniek in de wereld. De innovatie zit hem vooral in het kasdek, dat bestaat uit isolatieglas met 4 x anti-reflectiecoating. Bovendien zitten er op het zuiddek van de kas fresnel-lenzen tussen het dubbele glas. Fresnel-lenzen zijn vrijwel vlak uitgevoerde lenzen met dezelfde werking als bolle lenzen. Direct onder het glazen dek bevinden zich beweegbare collectoren, gemaakt van zwarte buizen die gevuld zijn met stromend water. De fresnel-lenzen concentreren het directe zonlicht in dunne brandlijnen die precies gericht worden op de zwarte buizen met water, dat door de straling opwarmt van 20 °C naar 50 °C. De buizen bewegen automatisch mee met de zonnestand, zodat ze altijd in de goede positie staan.

Buffersysteem

De ‘geoogste’ zonne-energie en de verhoogde isolatiewaarde van het dek en de gevels zorgen bij Ter Laak voor een besparing van circa 30 m3aardgasequivalenten per m2. Het door de zon opgewarmde water stroomt naar de vier bodembronnen met elk een minimale capaciteit van 50 m3/h of naar het dagbuffersysteem van circa 1800 m3. Een warmtepomp, met een verwarmingscapaciteit van circa 1900 kW, gebruikt de opgeslagen warmte om de kas op koude dagen te verwarmen. In de teeltafdelingen zijn hiervoor twee afgiftesystemen op lage temperaturen aangelegd. Het ene systeem bestaat uit luchtbehandelingskasten voor Het Nieuwe Telen, die volledig in de kas zijn geïntegreerd. Daarnaast beschikt de kas ook over een vergroot ‘ondernet’, een verwarmingssysteem van stalen buizen.

Geen scherm en minder belichting

Door de afbuiging en onderschepping van het directe licht blijft er voor de planten alleen 100% diffuus licht over. Dit resulteert in een betere lichtverdeling. De kas heeft daardoor geen extra scherminstallatie(s) nodig, in de afdelingen ontstaat een stabiel klimaat. Ook hoeft Ter Laak Orchids in de winter de planten minder uren te belichten.
Over de totale oppervlakte van 49.000 m2 realiseert de DaglichtKas een berekend piekvermogen van 13 MW. Tijdens de testfase rondom de inbedrijfstelling is de vooraf berekende hoeveelheid energie die de kas zou kunnen oogsten, ook diverse malen daadwerkelijk gehaald. De geoogste energie wordt voor 100% hergebruikt, niet alleen in de DaglichtKas, maar ook in de energetisch gekoppelde afdelingen van de andere kassen van Ter Laak Orchids.

Topsector Energie

Het complete project, inclusief het unieke energieconcept, is ontworpen en uitgewerkt door Technokas Ingenieursbureau, voorheen Bode Project- en Ingenieursbureau. Het innovatieve concept ‘Energie-0-Kas 2020’ kreeg steun uit het programma Topsector Energie – Hernieuwbare Energie (TSE-HE) met als doel om duurzame energieopwekking gecombineerd met seizoensopslag van thermische energie verder te ontwikkelen. Het doel van het TSE-HE-project met de DaglichtKas en bijbehorende energiesystemen was om de potplanten- en snijbloementeelt duurzamer te maken.

Belangrijke bijdrage DaglichtKas

Met de gekozen samenstelling van systemen is een ontwikkeling in gang gezet die een belangrijke bijdrage zal leveren aan het goedkoper maken van de productie van hernieuwbare energie in de glastuinbouw. Het concept van de DaglichtKas maakt het mogelijk om minder energie-intensieve gewassen al volledig energieneutraal te telen of zelfs met een energieoverschot. Technokas heeft inmiddels al een aantal tuinbouwprojecten met de DaglichtKas in voorbereiding die zonder gasaansluiting zullen worden gerealiseerd.
Tekstproductie en fotografie: Stijlmeesters en Technokas

Wel wat groot , maar de techniek is direct te begrijpen voor iedereen . En is volledig toegepast .
Reputatie 4
Badge +12
20 procent meer opbrengst met een pv cel.


Hoe werkt het?
Hier is de volledige tekst van hun website:

DE SPIN CELL ™️ IS GEMAAKT VAN EEN CONISCH GEVORMDE BUITENSTE LENSCONCENTRATOR DIE ZORGT VOOR EEN EFFICIËNTE LICHTCONCENTRATIE BIJ EEN CONSISTENTE BRANDPUNTSAFSTAND EN BRANDPUNTBEREIK. VANWEGE DE CONISCHE VORM WAARVOOR PATENT IS AANGEVRAAGD, .....

De uitvinder, V3Solar, claimt geen 20% meer opbrengst, maar 20 keer zoveel opbrengst. Dit is duidelijk de zonneversie van de Archimedes windturbine van Mieremet. Hoe je ook concentreert, het gaat om het oppervlak aan zonnestraling. Omdat driekwart van de zonnecellen in de schaduw zit, is de opbrengst nog niet de helft van gewone panelen.

Als het om het opwekken van energie gaat, moet je je bij claims boven de 100% rendement altijd afvragen WAARVANDAAN die extra energie dan komt, niet HOE die verwerkt wordt. De uitvinders zullen juist het HOE in onbegrijpelijke termen benadrukken. Waarschijnlijk zijn ze slechts geïnteresseerd in investeerders.

https://www.metabunk.org/debunked-v3solars-spinning-solar-panel-cone-spin-cell-coolspin.t1166/

Groet, Frans
Reputatie 4
Badge +6
Ja Frans , ik weet dat de wereld , lees politiek , de exacte kunst van het brengen , uitermate goed beheersen . Exacte wetenschap is ook maar een moment opname van die tijd . Jij hebt ook nog geleerd op school dat het Atoom het kleinste niet deelbare deeltje is .

De bedoeling van mijn info is om , de doem scenario's de zelfs door een meneer Wiebes de wereld in geschopt worden ( het doel is van de groot investeerders ) , waar mogelijk de mens wat genuanceerder zal gaan kijken en geen uitgaven gaat doen die die investeerders uiterst comfortabel vinden .
Reputatie 4
Badge +12
Nee Giliam, wetenschap is geen moment opname. Wetenschap is een methode om kennis te vergaren. Onderdeel van die methode is het demonstreren dat bestaande kennis niet deugt. Zolang de uitvinders van de Archimedes, de Spin Cell, de Vrije-Energie-Machine, Bolbliksemgenerator enz niet demonstreren dat hun uitvinding het doet, blijf ik vasthouden aan de huidige kennis.

Nee Giliam, ik ben niet uit de negentiende eeuw. Eind van die eeuw werd het elektron ontdekt, begin twintigste eeuw proton en neutron. Ik heb hooguit geleerd dat het woord atoom is afgeleid van het Griekse a-tomos, ondeelbaar. Al in 1942 draaide de eerste kernreactor waar op grote schaal ondeelbare deeltjes gedeeld werden (om er Plutonium van te maken).

Groet, Frans
Reputatie 4
Badge +6
Ook dat was mij bekend , zoals jou onder spreuk / tekst geeft aan wat je bedoeld . In Los Alamos zijn ook de eerste straling doden gevallen . En de ontdekker-ter van het nucleaire spul Madam Curie is aan stralings-kanker gestorven . Neem nu de heer Edison daarvan wordt gezegd dat hij ontdekker was , nou hij was gewoon een dief van andermans gedachten ,een handige zakenman kun je zeggen .
Maar als je goed leest klopt het wel , als je een atoom deelt is het geen atoom meer . En ik heb mijn leven te danken aan gedoteerd Rutheen . Ik vroeg toen aan de Professor in Leiden , hoe doen ze dat , dat plaatje actief maken , en zei dat weet ik niet . Ik gebruik het en als het na 3 weken werking is uitgeput gaat het terug voor vernietiging . Kortom het is niet wat je weet of zegt het gaat er om wat je er mee doet .
Reputatie 4
Badge +6
Het Noorse energieopslagbedrijf Energynest en de Italiaanse energieproducent Enel werken in het Rotterdamse industrie- en havengebied Europoort samen aan een Thermal Energy Battery (TEB). Deze batterij kan tot 450 °C warmte opslaan, deze warmte snel weer afgeven en kent bovendien nauwelijks energieverliezen.
Sinds 2011 is het Noorse Energynest bezig met opslagontwikkelingen voor warmte. Het product dat nu gemaakt wordt in de Rotterdamse haven, de TEB of warmtebatterij, is zo groot als een zeecontainer. De TEB bestaat uit een aantal gerecyclede stalen pijpen die warm worden gehouden door een speciaal vloeibaar betonmengsel. Niet toevallig is als locatie voor de productie van de warmtebatterij gekozen voor betonbedrijf Mebin in de Europoort.

Hogetemperatuuropslag

Mebin ontwikkelde een speciaal soort betonmengsel met een hoge thermische geleidbaarheid en warmtecapaciteit. Het systeem kan warmte tot 450 °C opslaan. De stalen pijpen worden eerst verwarmd door restwarmte vanuit de industrie en door middel van de heatcrete (de naam voor het speciale betonmengsel) worden de pijpen warm gehouden. De thermische capaciteit van één batterij is 1,5 MWh. Afgifte van de warmte kan heel snel gebeuren, of juist heel langdurig, al naar gelang de vraag.
Volgens Walter Speelman, product manager bij Mebin, is al langer bekend dat beton de eigenschap heeft warmte vast te houden, maar kon dat slechts tot 70 °C à 80 °C. Nu kan dat met een veel hogere temperatuur. Over de manier waarop Mebin dat voor elkaar krijgt, zwijgt de mortelproducent.
Energiemultinational Enel is van oorsprong een Italiaanse bedrijf en geïnteresseerd in de technologie. Rotterdam wordt vooral gezien als gunstige locatie vanwege de mogelijkheid om de batterijen te vervoeren van en naar de haven.
Woordvoerder van Energynest, Martin Jendrischik, laat weten dat de warmtebatterij kan worden verscheept in een zeecontainer zodat de thermische energie kan worden verplaatst naar andere landen, waar het gebruikt kan worden in de industrie. Aangezien Enel oorspronkelijk een Italiaanse energieproducent en -leverancier is, is het volgens Jendrischik waarschijnlijk dat de eerste thermische energie wordt verplaatst vanuit Rotterdam naar Italië of Spanje om daar toegepast te worden.

Nauwelijks warmteverlies

Volgens Mebin is er nauwelijks warmteverlies bij het omzetten van warmte naar de batterij en weer terug. Dat maakt het interessant voor industriële bedrijven. Mebin gebruikt zelf hoegenaamd geen warmte. Het betonmengsel houdt de warmte zo goed vast omdat het bedrijf heeft ontdekt hoe het warmte kan onttrekken aan beton. Normaal gesproken gaat beton kapot wanneer het snel van hoge graden naar lage graden gaat. Dat is hier niet meer het geval. De warmtebatterij kan voor industrieën efficiënt zijn indien het de eigen restwarmte weer kan hergebruiken ter vervanging van bijvoorbeeld gas. Daarnaast zegt Energynest dat de batterij ook als buffer in het elektriciteitsnet kan opereren. In de stalen pijpen zitten kleine leidingen waardoor thermische olie gevoerd wordt. Die olie is koud. Wanneer koude langs zulke warme pijpen wordt gevoerd, ontstaat er stoom. Die stoom kan weer gebruikt worden om een turbine aan te drijven die elektriciteit produceert.

Reputatie 4
Badge +6
Een fundatie voor je huis als energieopslag gevoed door je PV panelen . Moet iets kunnen worden .
Weer zo'n spin off met potentie , die al werkt . Een zeecontainer als inhoud maat over een huis oppervlakte / fundatie .
Reputatie 4
Badge +6
http://aquionenergy.com/wp-content/uploads/2016/02/stack_02.jpg

Energieopslag, schoon en eenvoudig.

[h6]Introductie van de eerste veilige en duurzame batterij[/h6]
Onze technologie is gebaseerd op een eenvoudig idee: om tegemoet te komen aan de uitdagingen van de groeiende energiebehoeften in de wereld en om het gebruik van hernieuwbare energie te vergroten, hebben we grootschalige energieopslagsystemen nodig die hoge prestaties, veilig, duurzaam en kosteneffectief zijn. Onze oprichter, professor Jay Whitacre , wilde dit probleem oplossen en ontdekte een eenvoudige en elegante oplossing die een draai geeft aan een 200 jaar oude technologie: zoutwaterbatterijen.
Aquion ontwikkelde deze oplossing in onze gepatenteerde Aqueous ™️ Hybrid Ion (AHI ™️) chemie. De Aspen-batterijen van Aquion zijn afgedichte elektrochemische energieopslagsystemen op basis van onze unieke zoutwaterelektrolyt. In tegenstelling tot stroombatterijen, lithiumionbatterijen en loodzuurbatterijen, zijn onze Aspen-batterijen gemaakt met behulp van overvloedige, niet-toxische materialen en moderne goedkope productietechnieken. Onze zoutwaterbatterijen zijn onderhoudsvrij en geoptimaliseerd voor dagelijks diepfietsen.

Onze unieke Aqueous Hybrid Ion (AHI) -chemie bestaat uit een zoutwaterelektrolyt, een mangaanoxidekathode, een koolstoftitaanfosfaat-composietanode en een synthetische katoenen afscheider. De batterij gebruikt niet-corrosieve intercalatiereacties aan de anode en kathode.

Aqueous Hybrid Ion (AHI) Chemistry


http://aquionenergy.com/wp-content/uploads/2016/02/graphic_comparison.png
Bedrijf was in maart 2017 failliet , Maar heeft een herstart ik Houd het in de gaten .
Een batterij om simpel PV stroom op te slaan en in normaal ontlading te gebruiken .
Juist wat je nodig hebt voor je huis opslag .
Reputatie 4
Badge +6

Hoe ontwerp je een pv-installatie en installeer je zonnepanelen?

energie
Het systeemontwerp van een pv-installatie speelt een belangrijke rol in het rendement van de gehele installatie. Hoe ontwerp je zo’n systeem eigenlijk? En wat zijn de stappen bij het aansluiten en controleren van zonnepanelen?


In dit artikel vertellen Bart van den Bosch & Remy Oomens van LIbra Energy wat er zoal komt kijken bij het ontwerpen van een pv-installatie en het installeren van zonnepanelen.

Nodig voor ontwerp pv-installatie

Benodigdheden voor het ontwerpen van een pv-installatie:
– Datasheet omvormer
– Datasheet zonnepaneel
Leestip: Zonnepanelen installeren: negen veelvoorkomende fouten

Welke omvormer?

Iedere installatie van een zonne-energiesysteem is weer uniek. Het kan daarom lastig zijn de juiste omvormer bij de juiste zonnepanelen te kiezen. Wij geven u handvatten om deze beslissing eenvoudiger te maken. Wanneer u wilt bepalen welke installatie de juiste is voor een specifieke locatie, is het handig om eerst te kijken wat er op jaarbasis verbruikt wordt. Vervolgens berekent u welke omvormer en zonnepanelen het beste bij de installatie passen.

Factoren bij keuze zonnepanelen

Hierbij dient te worden gelet op een aantal factoren:
– Schaduw
– Hellingshoek en oriëntatie van de zonnepanelen
– Juiste configuratie van de zonnepanelen
– Hellingshoek en oriëntatie van de zonnepanelen
Alle zonnepanelen die in 1 string worden aangesloten, dienen dezelfde hellingshoek en oriëntatie hebben. Dit heeft te maken met de spanning en stroom die een zonnepaneel afgeeft, deze moet matchen met alle zonnepanelen in de betreffende string.
Waarom is dit belangrijk voor de omvormer?
Als de verschillen tussen de zonnepanelen te ver uit elkaar liggen kan de omvormer het Maximum Power Point (ideale punt tussen spanning en stroom) niet vinden. In Nederland is het over het algemeen het meest effectief als een omvormer met 10% tot 20% wordt over gedimensioneerd. Dit is afhankelijk van hellingshoek en oriëntatie. De installatie kan bij ideale omstandigheden dan een beetje aftoppen, maar zal veel beter presteren in minder goede omstandigheden (wat in Nederland helaas vaak het geval is). Hierdoor is de opbrengst van het zonne-energiesysteem optimaal.
Leestip: gratis whitepaper Zonnepanelen van de toekomst

Schaduw & zonnepanelen

Bekijk of er last is van eventuele schaduw. Dit kan bijvoorbeeld door andere huizen, bomen, dakkapellen, schoorstenen en zelfs door andere zonnepanelen (zoals bij veel platdak-systemen). Als één zonnepaneel in de schaduw ligt, zullen alle zonnepanelen in dezelfde string daar last van kunnen hebben. Zorg er daarom voor dat zonnepanelen zo min mogelijk in de schaduw liggen. Mocht er echt geen andere mogelijkheid zijn, dan bieden SolarEdge optimizers hier een goede oplossing voor.

Configuratie zonnepanelen

Voorbeeld: een huishouden verbruikt 4.500 kWh per jaar. Er kan worden gekozen voor een installatie van 4.500 kWp. Dat zal globaal rond de 4.100 kWh opbrengen per jaar. In dit rekenvoorbeeld zullen we de JA Solar Monokristallijn Percium 300WP gebruiken en een Solis 4k enkelfase omvormer.

Overbelasting

Met 15 zonnepanelen JA Solar 300Wp komen we uit op 4.500Wp. Dit is precies het verbruik van het huishouden. De volgende stap is het kiezen van het aantal strings dat je wilt aansluiten. Een belangrijkste factor bij deze keuze is de spanning die de zonnepanelen afgeven. Een te hoge spanning kan de omvormer opblazen. Let op: dit valt buiten garantie omdat er niet is geïnstalleerd volgens specificaties.
De Solis 4k heeft een maximale DC-ingangsspanning van 600V. Het JA Solar 300Wp zonnepaneel heeft een Open klemspanning van 39,85V. Je vermenigvuldigt de Open klemspanning met het aantal zonnepanelen in de string: 15 x 39,85 = 597,75V. De uitkomst impliceert dat de zonnepanelen in één string kunnen worden geïnstalleerd. Echter, de temperatuurcoëfficiënt zal ook meegenomen moeten worden in de berekening. De vuistregel is dat de Open klemspanning plus 15% moet worden berekend: 597,75 x 1.15 = 687,41V. Dit getal is ver buiten de specificaties van de omvormer. Deze installatie zal dus verdeeld moeten worden over twee strings. Indien mogelijk heeft het de voorkeur om de strings gelijk te verdelen. Dus in dit geval zal het een string van 8 en een string van 7 zijn.

Opstartspanning

Een omvormer heeft een minimale instraling en spanning nodig om op te starten. De Solis 4k heeft een opstartspanning van 120V. De omvormer zal opstarten op de open klemspanning, maar zodra de omvormer in bedrijf gaat wordt er gerekend met de UMPP spanning. De kortste string in ons voorbeeld is 7 zonnepanelen. Dus 7 x 32.26V (UMPP) = 225,82V. Ook hier zal de temperatuurcoëfficiënt meegerekend moeten worden omdat het de spanning beïnvloedt. Dit wordt dus 225,82 x 0.85 = 191.95 V. Dit is ruim voldoende voor de Solis 4K om op te starten.
Extra tip: De omvormer is het meest kwetsbare deel van de installatie. Let daarom goed op waar u de omvormer inkoopt.

Zonnepanelen installeren

Het monteren van zonnepanelen is een flinke klus, waarbij het belangrijk is om van te voren alle stappen op een rij te hebben. En denk vooral aan uw veiligheid en vergeet niet de aardlekschakelaar om te zetten.

Stappenplan controleren & aansluiten zonnepanelen

Stappenplan aansluiten en controleren zonnepanelen:
1. Controleer de string lay-out op tekening.
2. Noteer de serienummers in de tekening (in het legplan).
3. Leg de bekabeling van de panelen naar de omvormer volgens tekening.
4. Markeer de kabels met plus of min stringnummer en omvormernummer (eventueel ingangnummer MPPT 1 enzovoort).
5. Controleer altijd polariteit (plus en min of dit correct is met de juiste connectoren) alvorens aan te sluiten.
7. Controleer of de string is aangesloten en of de open klem spanning juist is (aantal panelen in serie x Voc). Bij parallelle schakeling van de stringen moet de parallelle spanning worden gemeten. Dus altijd meten op enkelvoudige stringen (beter is om ze eerst individueel te meten (Let op, dit zijn hoge DC-spanningen. Gevaarlijk!) Indien het niet goed is controleer alle verbindingen in de string.
8. Eventueel kan ieder paneel ook nog individueel gemeten worden. Op dat moment meet men de Voc-spanning.
9. Controleer van alle stringen de polariteit en de hoogte van de Voc-spanning van de string.
10. Meet de werking van de schakelaar, als deze ingeschakeld is meet men de spanning op de kabels vanaf de stringverdeling naar de powermodule of MPP-aansluiting van de omvormer.
11. Meet de Voc-spanning en polariteit. Zo weet men zeker dat er geen verwisselingen hebben plaatsgevonden in het aansluitproces.
12. Als dit goed is, zet dan de DC-schakelaar uit. Nu kan men de stringbekabeling op de power-module of MPPT-ingang van de omvormer aansluiten.
13. Laat de AC-kant uit en start met behulp van de DC-schakelaar de omvormer op. Als het goed is wordt er een foutmelding weergeven omdat er geen netspanning is.
14. Schakel de AC werk schakelaar in. Nu gaat de omvormer aan.
15. Meet de string-spanning. Deze zal lager zijn dan de Voc-spanning (MPPT spanning van de string).
16. Meet met een stroomtang de verschillende stringen, nu meet men de MPP-stroom. De stroom moet voor iedere gelijke string ongeveer hetzelfde zijn.
17. Meet aan de AC-zijde met behulp van de stroomtang de stroom die terug het net in gaat.
18. Bij powermodulen met een gelijk aantal panelen moet dat ongeveer gelijk zijn.

Opleverdocument

Als bovenstaande werkt, dan draait de installatie. Noteer alle gemeten waarden en leg dit vast in een opleverdocument. Dit document is essentieel voor het aanvragen van garantie. U kunt ook NTA 8013:2003 raadplegen voor het controleren van pv-systemen.

Over de auteurs

Bart van den Bosch is product & application manager bij Libra Energy. Remy Oomens houdt zich bij Libra bezig met after sales en technical support.
Lees ook:
Zonnepanelen: zo houd je ze schoon
FAQ: kunnen zonnepanelen tegen harde wind?
Rekenen aan de opname van PV-systemen in het laagspanningsnet
Eerste publicatie door Bart van den Bosch & Remy Oomens op 11 jan 2018
Laatste update: 14 nov 2018
Reputatie 4
Badge +6


Nieuwe manier van energie opslag .
====================================================================================================================================================================

Door Redactie Bouwwereld
Een reflecterende schotelantenne op het dak die zonne-energie opvangt, opslaat in een vloeistof en dat vervolgens jarenlang kan bewaren. Dankzij een nieuwe ontwikkeling ziet onze gasloze toekomst er mogelijk zo uit. Wetenschappers in Zweden zijn namelijk bezig met de ontwikkeling van precies zo’n systeem.
Een groot probleem van duurzame zonne-energie is de opslag ervan. Want het grootste deel van de energie die in de zomer geproduceerd wordt, is pas in de winter nodig. Traditionele batterijen hebben het probleem dat ze relatief snel ontladen, waardoor er veel meer energie geproduceerd en opgeslagen moet worden om in de winter niet tekort te komen. Veel te dure oplossing dus. Een al bestaand alternatief is de opslag van energie in waterstof, maar daar lijkt een oplossing bij te komen: de opslag van zonne-energie in isomeren.

Energierijke isomeer

Het systeem heet ‘Molecular Solar Thermal Energy Storage’ (MOST) en slaat energie op in een daarvoor ontwikkelde molecule. De molecule bestaat uit koolstof, waterstof en stikstof en transformeert tot een “energierijke isomeer” wanneer het in aanraking komt met zonlicht. Het isomeer kan vervolgens worden opgeslagen als een vloeistof, waarbij de energie later wordt gebruikt.

Schotelantenne

De bedachte installatie werkt met een thermische zonnecollector die op het dak van een gebouw geplaatst kan worden. De collector heeft een naar binnen gekromde vorm (concaaf) met een pijp in het midden en heeft wat weg van een schotelantenne. De collector volgt het pad van de zon en concentreert de zonnestralen op de vloeistof in de buis. De vloeistof wordt vervolgens bewaard bij kamertemperatuur om het energieverlies te minimaliseren. Wanneer energie nodig is, wordt een katalysator gebruikt om de vloeistof op te warmen.

Afbeelding: Yen Strandqvist/Chalmers University of Technology

Katalysator

De katalysator werkt als een filter, waar de vloeistof doorheen stroomt. Er ontstaat vervolgens een reactie die de vloeistof met 63°C verwarmt. Als de vloeistof een temperatuur van 20°C heeft, stijgt het dus naar 83°C. Tegelijkertijd krijgt de molecule na de warmte-afgifte zijn oorspronkelijke vorm terug, zodat het vervolgens opnieuw kan worden gebruikt in het verwarmingssysteem. De wetenschappers zeggen dat het systeem emissievrij is en het hele jaar door kan werken. Mocht dit systeem daadwerkelijk op de markt komen, dan lijkt de noodzaak voor lagetemperatuurverwarming (zoals het geval is bij warmtepompen) verleden tijd.

Langdurige energie-opslag

Wat deze ontwikkeling verder interessant maakt, is dat de opgeslagen energie zeer lang bewaard kan worden. In de experimenten is in een enkel geval zelfs een halfwaardetijd van 18 jaar gemeten. De halfwaardetijd is de tijd die het duurt dat de helft van het aantal moleculen teruggevallen is naar zijn oude staat. In alle overige gevallen echter, is de halfwaardetijd vele malen korter.

Commercieel gebruik

Hoewel de wetenschappers hebben bewezen dat het systeem levensvatbaar is, moet het nog verder doorontwikkeld worden. De onderzoekers zijn tevreden met de opslagmogelijkheden, maar er kan meer energie worden gewonnen, zegt Moth-Poulsen. Hij hoopt dat de wetenschappers op korte termijn een temperatuurstijging van ten minste 110°C zullen bereiken. Moth-Poulsen schat in dat de technologie binnen 10 jaar in commercieel gebruik zou kunnen zijn.
Lees het wetenschappelijke artikel hier.
Bron: ScienceDaily.com
Reputatie 4
Badge +6
Belangrijk !!!!!!!

Bouwkennis
14 november 2018

40 CO-vergiftigingen in zes weken


Door Redactie Bouwwereld
Brandweer Nederland en de Nederlandse Brandwonden Stichting slaan alarm over koolmonoxide (CO). De afgelopen zes weken werden al veertig mensen opgenomen met een koolmonoxidevergiftiging. Dat meldt het ANP. Naar verwachting is in de komende maanden sprake van een piekperiode, omdat vanwege het winterweer gasgestookte cv-installaties intensiever gebruikte gaan worden.

Achttien koolmonoxidevergiftigingen

In de voorbije weken werden vanwege achttien incidenten veertig mensen naar het ziekenhuis gebracht. Vorig jaar vielen er op basis van de ongevallenregistratie van de Brandweer 2 doden en 161 gewonden, met 114 ziekenhuisopnames tot gevolg. Brandweer Nederland en de Nederlandse Brandwonden Stichting veronderstellen dat het werkelijke aantal hoger ligt, omdat incidenten met open haarden of houtkachels niet in de cijfers zijn meegenomen. Uit de cijfers van bijvoorbeeld Geas Energiewacht bleek ook al dat vorig jaar het aantal ziekenhuisopnames stevig is toegenomen.
De Nederlandse Brandwonden Stichting zegt dat uit een steekproef blijkt dat 43 procent van de ondervraagden niet weet dat of waar een CO-melder moet hangen op de plaats waar een CV-ketel, geiser, open haard of kachel aanwezig is.

Concentrische rookgasafvoeren

De kans op koolmonoxidevergiftiging kan worden verkleind door de toepassing van concentrische rookgasafvoeren, in plaats van parallelle afvoeren. Beide systemen zijn, mits goed aangebracht, in principe veilig, maar concentrische afvoeren bieden een extra veiligheidsvangnet omdat het een pijp-in-pijp-constructie is. Bij lekkage van de binnenbuis komen de rookgassen niet in de open lucht, maar direct in de luchttoevoer van de ketel, die daardoor op storing springt. Mocht er per ongeluk koolmonoxide geproduceerd worden én er de rookgasafvoer zelf is lek, dan komt de koolmonoxide dus niet direct in de woning terecht en stopt de productie van de koolmonoxide.

Reageer